Maar eerst even dit. We hebben gekozen voor de veerboot van Lofoten naar Bodö. Dan zijn we weer op het vaste land van Noorwegen. De overtocht ging prima, rustige zee. De boot was behoorlijk vol. In de lounge was het druk! Niet iedereen kon zitten door de 1 meter afstand. Mondkapjes worden geadviseerd maar niemand doet het. Het was bijna 4 uur varen en we komen om 22.00 uur aan in Bodö.
Vandaar gaan we richting Saltstraumen waar we een camperstaanplaats op het oog hebben. Maar onderweg kwam de verrassing. Een camper voor ons stopt en doet de richting aanwijzer uit.
En kijk daar: 3 elanden grazend op een stuk grond. We hadden ze nog niet gezien, dus zo ‘s avonds laat staan ze daar.
We slapen prima en ‘s morgens plenst het en is het koud. We lopen naar de stroomversnellingen onder de hoge boogbrug. Met een enorme snelheid raast het water door de rivier. Indrukwekkend. Wel 6 keer per dag verandert de stroming van richting.
Onderweg naar het zuiden gaan we de bergen in. Hoogste punt 695 m. Boven de boomgrens en dus een groot plateau van een soort steppe terrein. Het weer is wisselvallig en uit de wind achter de camper, in de zon, is het zowaar lekker.
We gaan weer de poolcirkel over, nu in andere richting. Maar we zijn nog ver van huis.
Verbaasd kijken we op en remmen we af voor de schapen op de weg. In kleine groepjes, 2 á 3, liggen ze op de weg of naast de weg tegen de vangrail. Bijzonder. En met lammetjes.
Later vertelt de eigenaresse van de camping dat dit zomers gebruikelijk is. Om te scheren en aan het einde van het seizoen worden ze naar binnen gehaald met honden en veel mensen. En is het zoeken naar schapen.
We arriveren op een camping die al vanaf 1995 camping is maar de laatste paar jaar helemaal vernieuwd. Ziet er prima uit.
We eten bij het restaurantje van de camping, rendier vlees voor mij en Lies haar Noorse zalm moot bij kaarslicht.
Geschreven door Jacques-en-Lies.reisverhalen