Een dans van twee harten

Bolivia, Rurrenabaque

Die eerste nacht voelt wel als een droom. Elke keer als ik wakker word schuif ik dichter bij haar, neem ik haar geur in mij op en gooi mijn arm over haar heen. Na drie maanden alleen liggen woelen in een tent of een eenzame hotelkamer is deze nacht een geschenk. Al liggen we in een heel knap hotel wat eigenlijk ver buiten het bereik van mijn budget is, zij is het die deze nacht zo perfect maakt. Op dit moment heb ik geen nood aan wilde avonturen, mooie kamers of waanzinnige uitzichten. Zij aan mijn zijde maakt mij gelukkiger dan alles voorheen. De klokt tikt verder en wolken zweven aan de hemel als de maan het land zacht verlicht. In de bar zitten enkele te sippen aan hun pilsje en elders komt de zon alreeds op. Maar voor mij staat de tijd stil. Mijn wereld bestond dat moment slechts uit een bed en een mooie jonge vrouw, en het was de mooiste wereld waar ik me ooit in bevond.
Die eerste week gebeurt er veel, vooral in ons hart. Trots en fier laat ik haar kennismaken met mijn medereizigers. Ik ben in topvorm en vergeet dat zij zich nog helemaal moet aanpassen aan dit hele nieuwe leven op een vreemde plaats. Die eerste dagen neem in dan misschien te veel hooi op de vork door haar alles in vlug tempo te laten zien.  wat zo nu en dan tot frustraties tussen ons beiden leidt. Doch leggen we dit telkens weer snel bij. We openen onze harten en tonen onze gevoelens zodat we beiden beter op elkaar geraken afgestemd. De laatste drie maanden leef ik een ander leven, waar ik geleidelijk aan ben ingerold. Het is dan voor haar moeilijk om hier in mee te gaan op enkele dagen tijd. Ze is nog niet helemaal bekomen van de jetlag en ik vul de dagen helemaal. Met Zoë, die mijn bron van energie is, bruis ik helemaal. Ik wil haar de markt laten zien, eten in de restaurantjes die ik alreeds heb uitgezocht, wandelen, met mensen praten, de bar bezoeken, naar de reünies van El Feurte gaan en elke keer alles uit de dag halen. Zo veel dat ik vergeet de tijd voor ons te nemen. Maar dan zet zij mij terug met twee voeten op de grond en hou ik mijzelf helemaal onder controle, maar het is moeilijk. En die eerste dagen hebben we geregeld wat moeilijkheden. Doch schrijven deze dagen geen slecht boek. Net zoals in boeken en films zijn er soms vervelende en moeilijke stukken die cruciaal zijn voor een betoverend verhaal. Het is als een lied. Een sonate waarvan de pracht, praal en schoonheid al van te horen is maar er worden nog enkele noten fout gespeeld. Dat is hier ook. Want elke dag geraken we beter op elkaar afgestemd en worden we weder verliefd op elkaar. Op enkel dagen hebben we weer een hele roman geschreven. Na drie maanden gescheiden leven terug helemaal naar elkaar groeien is niet eenvoudig. Maar het is prachtig om te zien hoe ons dat lukt. En elke avond als ik dicht tegen haar aan kruip bevind ik mij op de beste plaats ter wereld. Elke morgen als ik wakker word en kan kijken hoe ze daar ze kwetsbaar ligt te slapen smelt mijn hart. Ik verdrink dagelijks in haar ogen en staar me te pletter aan haar. Elke dag beleven we momenten waar ons energie veld van liefde hard te voelen is. En niet alleen voor ons maar we laten achter ons een pad van goed gevoel na dat voor iedereen te voelen is. Al we terug meer op elkaar zijn afgestemd en zij zich in plaats heeft kunnen veroveren in het Boliviaanse leven is het tijd om Samaipata te verlaten. Op naar Buena Vista. Na te koken bij Maarten als dank tijdens de middag gaan we opzoek naar een Trophy standplaats, de taxi's. Niet het beste uur natuurlijk zo midden in de dag. Na meer dan twee uur wachten hebben we het gezien en dan boeken we de Taxi voor onszelf. Veel duurder natuurlijk. Op de lange rit doen we afwisselend korte dutjes tegen elkaars schouders. Zo word deze normaal vreselijke rit een aangenaam tochtje. Ik geniet van tegen haar aan te vleien, haar te voelen, te zien en te zoenen. En al weet ik dat ze naast mij zit, toch controleer ik zo nu en dan met mijn handen of ze er nog is. Gewoon om haar nogmaals te voelen. Dan nog een stevige knuffel en weder een zoen. Zo gaat het heel de dag door. Ik krijg er maar niet genoeg van. Deze meid maakt mij stapelgek, en dat gevoel is heerlijk. Nog beter is als je weet dat het langs twee richtingen gaat. Mijn lieve Zoë wat zie ik je graag. In die dagen stel ik mijzelf vaak de vraag wat echt geluk is? Wat is echt gelukkig zijn? Niemand kent een volmaakt perfect gelukkig leven. En degene die beweren van wel leven niet op het moment. Leven niet in het nu. Telkens weder probeer ik dat. In de afgelopen drie maanden heb ik vaak echt geluk gevoeld. Toen ik helemaal aan de grond zat en een wildvreemde mijn een hand toereikte. Een lach van een kind toen ik voorbijreed en vol overgave aan het wuiven was. Toen ik vogels nader voorbij zag vliegen of al die zonsopgangen die ik er vaar de op mijn alleen. Een mail van mijn meisje of een douche na enkele dagen om mij te ontdoen van al mijn vuil en zweet.  En omdat ik op dat moment echt in het nu leefde miste ik niets. Ik dacht niet aan Zoë noch aan mijn vrienden. De pijn in mijn benen, de blaren op mijn bil of dat gemis van liefje en vrienden waren toen verdwenen als sneeuw voor de zon. Doch waren die gevoelens er wel. En niet veel later kwamen die zachtjes terug naar boven kruipen. Maar dat maakte die ervaring niet slechter of beter. Dat allen is een geheel. En dat moment dat ik aan de grond was genageld omdat het gemis zo hard de kop opstak of toen ik amper kon lopen door de pijn in mijn benen zie ik niet als de mindere momenten van mijn reis. Ze zijn ook een onderdeel van die reis geweest en hebben net zoveel invloed gehad als die momenten van gelukzaligheid. Ik heb tranen gelaten en echt verdriet gekend, en toch zeg ik met overtuiging dat ik die laatste drie maanden echt gelukkig was. Deze mindere zwaardere dagen zijn er om de goede aan te toetsen. Ook door alleen te reizen ervaar ik nu ook echt geluk met mijn meisje aan mijn zijde. Ik weet wat ik gemist heb. Zelfs nu zonder haar te horen of te zien ervaar ik geluk omdat zij langs me zit. Misschien moeten we allen vaker ons geluk weten te vinden in die kleine dingen. Niet in hebbedingen, maar in onze naaste of kostbare momenten met dierbare personen rondom ons. Denk maar eens aan de gelukkigste momenten uit je leven. Vaak ontstaan over een korte periode van tijd. Meestal deel je zo een moment niet alleen. Sta er nu bij stil hoeveel van die schitterende momenten nog kunnen plaatsvinden. Het geluk ligt voor onze voeten, we moeten. Het alleen zien te omarmen. Ik zie zo vele klagen over hun leven. Ze lopen triest verwelkt door het leven en hebben alles wat ze willen, maar zij zelf zien het niet. Tot ze hun naaste zo hebben verzuurd dat ook deze andere wegen opzoeken. Opzoek naar herkenning en voldoening door gewoon zichzelf te zijn. Dan pas beseft, de toenmalige gelukzak, wat hij verloren heeft. Andere klagen dan weer dat niemand hun lief heeft en er niemand voor hun is. Ze kruipen in een slachtoffers rol zonder stil te staan bij de oorzaak van het probleem. Zij zijn niet eerlijk ten opzichte van zichzelf en verraden hun eigen ziel. En het begin van alle liefde begint bij jezelf. Waardeer jezelf. Leer uit jezelf. Zie dat je trots kan zijn op je zelf. Werk aan jezelf, vertrouw jezelf en heb je zelf lief. Dan zullen andere volgen. Voor andere ons kunnen liefhebben moeten we zelf leren liefhebben, beginnend bij onszelf. Ik spuw hier mijn gedachtegangen die ik al weken aan het meezeulen ben. Misschien niet de mooist geschikte woorden en tekst, maar de boodschap is klaar duidelijk! Die nacht slapen we in Santa Cruz. In het hotel waar ik al eerder in de gieten de regen heb aangeklopt. Ook Zoë is blij met deze keuze. Het is er keurig en netjes en de twee los lopende toekans maken het plaatje compleet. In de avond gaan we uit eten in een typisch Boliviaans restaurant. Een oud Boliviaans huis ingericht met de nodige kitsch. Met een lekkere fles wijn erbij genieten we van onze vers bereiden maaltijden. Zoë een ovenschotel met een heleboel verde groenten en kip en ik gefrituurde kaaiman. Juist voor we ons bed in kruipen en ik mijn dagelijkse portie woorden wil neerpennen doe ik een afgrijselijke ontdekking. Ik ben mijn dagboek kwijt. Geld mag ik verliezen, andere hebbedingen ook. Maar mijn dagboek is op Zoë na misschien wel datgene dat het meeste voor mij betekend en die moet ik dan ook terug hebben. Ik weet zeker dat ik het in de taxi nog had. Het is al laat en natuurlijk neemt het bedrijf de telefoon niet meer op. Vastbesloten om morgen mijn zoekactie verder te zetten kruip ik mijn bed in. Ik kruip dicht tegen Zoë aan op zoek naar troost. De volgende morgen kan ik mijn geluk niet op als de vrouw aan de andere kant van de lijn mij weet te vertellen dat ze mijn dagboek heeft. Dat is dan ook het eerste wat we doen. Eens mijn letters, woorden en gevoelens terug in mijn hand en dan beginnen we aan de dag. We zitten met 9 in de Trophy richting Buena Vista. Ik ben blij dat ik van voor dicht bij Zoë zit en niet tussen twee huilende kinders vanachter. Hoe dichter we bij Buena Vista komen hoe slechter het weer word. Regen valt met liters tegenlijk uit de lucht. Eigenlijk regent het al enkele dagen maar nu is het regen regen. Zo een regen waar je in kan douche. Of je fles water mee kan vullen. Als we dan aankomen in Buena Vista loopt het water in stroompjes over het straat. Toch met mijn meisje langs mij voelt het allemaal aan als zonneschijn. We zetten ons aan het eerste beste tafeltje en bestellen een Sapje. De regen verminderd aanzienlijk als we gulzig slurpen aan ons ananas sap. Achter ons zijn twee honden in het midden van de stoep heftig aan het paren wat dit moment een beetje vreemd maakt. Nog vreemder is dat na hun voortplantingsdaad ze 'vast' zitten in elkaar. In een vreemde positie, kont tegen kont staan ze daar zielig te wachten. Het lijkt wel of ik en Zoë de enige zijn die dit tafereel opmerken. Andere lopen er in een boogje omheen als wij ons kreupel lachen. We wandelen het eerste beste hotel binnen en boeken een kamer. Ongewoon betaal ik meteen. Als we daar tien minuten zijn voelen we ons eigenlijk best ongemakkelijk. Dit hotel is echt vies en vuil. Voor wildeman Brecht niet zozeer een probleem. Maar het is vakantie voor mijn meisje dus ik wil beter. Bijna onvoorstelbaar regel ik dat we onze centen terugkrijgen en zoeken we betere oorden op. Door de regen zoeken we maar vinden we niets. Nabij gelegen ligt El Cafetal. Een koffiehotel. Dit hotel is het knapste van de streek en eigenlijk iets wat te duur. Toch om haar passie voor koffie te betrekken en onze twee jarige relatie te vieren trekken we daarheen. Al bij al hebben we dit dorp ook opgezocht voor de koffieplantages. Vijf kilometer rijden we met een taxi over kleine modderbanen door een weelde van groen. De regen is terug van weggeweest en druppels vallen met vele tegelijk naar beneden. Planten beschikken over een fel groene schijn door het dunne laagjr water dat op hen siert De ligging van El Cafetal is weliswaar prachtig. Helaas door de felle regen kunnen we niet heel hard genieten van het betoverende uitzicht. Er is een toren van een tiental meters hoog waarvan je tot diep in park Amboro kan kijken. We staren tot diep in het donkergroene woud mmar grote  mistige regenwolken verdoezelen helaas het uitzicht. We trekken ons dan maar terug in onze gezellige kamer.

De regen klets tegen de grote ruiten als we zwoel de liefde bedrijven. Veel mensen doen alsof seks het meest belangrijkste is in het leven. Praten alsof seks met eender wie hetzelfde is. Degene die echt liefde hebben gekend en met hun zielsverwant de lakens hebben gedeeld weten dat er niets boven gaat dan dat. Dan word seks meer dan een daad op zich. Het is een beleving, een verhaal. Met een inleiding, gevuld met passie en verleiding. En na drie maanden in afwezigheid van elkaar is het een passionele zoektocht naar betoverend verhaal. Je zoekt elkaars genot en niet alleen lichamelijk bouw je op naar een hoogtepunt dat je samen bereikt. Heerlijker is om daarna dicht tegen elkaar aan te kruipen en zachtjes te fluisteren hoe graag je elkaar ziet.
Zoals afgesproken met de baas gaan we tegen zes uur naar het restaurant. Dan verteld hij ons dat we eigenlijk al te laat zijn. Wij zijn niet opgezet met dit spelletje. Als we ons ongenoegen uiten zegt hij dat wij altijd mogen gaan wanneer het ons beliefd. Dan ontploft de bom bijna. Hij weet precies wel dat hij hier een streep te ver is gegaan. Herpakt zich en zegt dat hij wel eten zal klaarmaken. Wij willen hier geen drama en nemen dan gewoon de taxi naar het dorp. Na het eten terug onze hotelkamer in en genieten we van een zalige nacht. Ik schrijf mijn dagboek bij als Zoë al heerlijk ligt te dromen. Nog steeds pletsen de druppeld tegen de grote ramen. De volgende dag is dan Zoë haar dagje. Bezoek van de koffieplantage. Met heel veel moeite hebben we uiteindelijk met Pedro kunnen afspreken dat hij ons zal rondleiden. Pedro zelf is de zoon van de grote baas en ook helemaal gefascineerd door koffie. De dag begint als hij en zijn vriend en collega ons oppikken in El Cafetal in een glimmende rode Toyota Tundra. Het regent nog steeds maar dat houdt Zoë niet tegen om helemaal in het gebeuren op te gaan. We doorlopen heel het proces van de koffie. We bezoeken de jonge plantjes en degene die al bessen geven. Die rode besjes die voor onze dagelijkse portie zwart goud brengen. Daarna zien we waar en hoe de bessen worden gedroogd, bewerkt, getest, geproefd en in zakjes worden gedaan. Zij met hun drie delen die passie voor de koffie. Ik kan hartstikke genieten van een lekkere kop, maar mijn passie ligt elders. Als zij met hun drie door hun Utopia lopen volg ik achteraan en neem hier en daar een leuke foto. Hun bedrijf exporteert zo'n 60% van de Boliviaanse koffie. Ze hebben hier in Buena Vista een plantage, twee nabij samaipata en vier in Caranavi. Meer en meer krijgen de door dat we hier op pad zijn met 'grote jongens'. Op het einde van onze rondleiding wagen ze zich nog aan een cupping. Een cupping is het proeven van de koffie en gaat hand in hand samen met heel wat geslurp. Na drie maanden instant koffie geniet ik gewoon van een heerlijke verse tas zwarte moed. Als ons koffie avontuur erop zit gaan we uit lunchen. Na deze gratis rondleiding staan Zoë en ik erop om te betalen. Hier moeten ze niets van weten en de rekening word van ons afgesnoept. Op de koop toe word ons nog een lift aangeboden tot Santa Cruz. Met de meer dan 300pk onder de motorkap zijn we razend snel terug in Santa Cruz. Maar niet voor we ook even stoppen op de pinda fabriek. Pinda's zijn busines zo zegt Pedro. Koffie is liefde, maar hier zit het echte geld. Ook hier krijgen de een uitgebreide rondleiding. Ze exporteren hun noten naar heel Europa en weeral marktleider in Bolivia. We krijgen nog twee gigantische zakken pindanoten mee en dan naar Pedro's huis. Ze willen nog even experimenteren met Latte Art dus daar gaan we dan. Eenmaal aangekomen bij zijn kasteel word het mij wel duidelijk. Deze familie heeft poen. Veel poen. Ik durf mij nauwelijks te draaien of te keren om niets kostbaars te breken. Een gigantisch paleis vol kunst. De bar is zoals eentje in de films en ik sta dan maar wat in het rond te gapen als Zoë haar troeven uitspeelt en enkele prachtige capuccino's weet te presenteren. Als de speeltijd voorbij is brengen ze ons nog naar een Taxistop. Daar nemen we  uitbundig afscheid en bedanken de heren voor hun kostbare tijd. Dan keren wij weder naar Hotel Bolívar. De volgende dag weder naar Samaipata. Ik wil mijn tent oppikken en we willen de nachtbus nemen richting Sucre. Vandaar willen we verder reizen richting Tupiza. We zitten al vele dagen in dezelfde regio en willen Bolivia veroveren. We zijn dus vastbesloten wat vaart te maken. De dag vliegt aan ons voorbij en voor we het goed en wel beseffen zitten we te wachten op de nachtbus. Maar.....
Door de heftige regen van de afgelopen dagen is de weg verzakt van Santa Cruz tot Samaipata. Dus geen bus. Het is half elf in de avond als we de mijn tent opzetten op de camping van El Jardin.
De volgende dag zijn we vastbesloten om wat tijd in te halen. We zitten al te lang hier in Samaipata. Dus het plan is vandaag het vliegtuig nemen richting Tarija. Eerste uitdaging; in Santa Cruz geraken. Door de scheur in de weg rijden er natuurlijk ook geen taxi's richting Santa Cruz. Dus wij twee en twee andere met  de taxi tot aan de scheur. Al een kilometer voor de gebroken weg staat het vast. Allemaal bussen en vrachtwagens die hier sinds gisteren vast zitten. Te voet verder dan maar. Zo'n twee a drie kilometer wandelen we tussen stilstaand verkeerd door. Het is hier complete chaos. Mensen staan te schreeuwen en te roepen naar elkaar, enkele voertuigen manoevreren zich hopeloos van voor naar achter en enkele slimmerikken maken optimaal gebruik van de situatie om drank en lekkers te verkopen. Iedereen en alles zit hier moer vast en de spanning is te snijden. Eens aan de scheur is te zien dat het heftig moet zijn geweest. Tien man zit met alle macht te schuppen om een doorgang mogelijk te maken. De 50 andere omstanders kijken lui toe en geven de nodige commentaar. Wij met onze rugzak wandelen rustig overal tussendoor. Als we dan aan de andere kant komen staan er geen taxi's. Wat ons verteld werd van wel. Onze moed zakt ons in de schoenen. Met heel veel geluk beginnen op dat moment de eerste bussen hun overgang te maken. En wonder bij wonder stopt er eentje om ons allemaal mee te nemen. Wat een geluk! We hebben geen zitplaats en moeten ons goed vasthouden om heel in Santa Cruz te geraken. Maar dat lukt. Twee uur toeren we door de smalle baantjes en houden ons stevig vast. Eenmaal op het busstation komen ik en Zoë voor een ander dilemma. Halen we het vliegtuig van kwart na drie nog of is het wachten tot 7 u. We springen snel een taxi in en kruisen onze vingers. Maar wanneer het vijf voor drie is en nog niet op de luchthaven zijn verliezen we onze hoop. Toch eenmaal daar haasten we ons naar de kassa. Geloof het of niet maar op 15min kopen we een ticket, checken we in, gaan door de controle en gespen ons vast in onze zetel van het vliegtuig. Alleen mogelijk in Bolivia. Hopsa op naar Tarija! Tarija is voor mij geen Boliviaanse stad. Het is modern, netjes, proper en vele chique winkels. We lopen doorheen de straten op zoek naar een hostel. Zo komen we terecht bij een gezellig hostel. Al hebben we er eerst drie bezocht. Er is geen twee persoonsnaam kamer vrij dus slapen ik en Zoë maar in een bed. In de avond beslissen we om eens lekker chique te gaan uit eten, natuurlijk in een mooi restaurant. Voorgerechtje, twee grote hoofdschotels gepaard met een fles fantastische wijn. Tarija is dan ook bekend om zijn wijnstreek. Hier maken ze heerlijke wijn. We nemen een van de duurdere flessen en alles samen Kolt neer op zo een 25€! Goh, wat hou ik van Bolivia! De volgende dag nemen we in de avond de nachtbus naar Tupiza. Er word gezegd en geschreven dat dit een van de meest verschrikkelijke ritten is die je in Bolivia nemen kan. Maar toch nog eerst een dagje vullen. We wandelen door de nette straten van Tarija en laten ons helemaal verloren lopen. Hier eens naar links, en dan naar rechts. Deze winkel eens binnen en dan die kraampjes gaan bekijken. We wandelen door de toeristische buurten maar belanden ook in het echte Tarija. We wandelen door lange markten en zoeken lekkernijen en koopjes uit. In de namiddag gaan we nog naar een uitkijkpunt waar we genieten van een prachtig uitzicht over Tarija Weeral gaat de dag in een snel tempo voorbij. We nemen de taxi naar het busstation waar we de beste en duurste bus uitzoeken. Jaarlijks zijn er zo een twintig bussen die in Bolivia de dieperik in vallen en dat willen we nu net niet. Zoë die dezer dagen altijd heel hard op de hoede is en een overvaller achter elke hoek verwacht is alleen aan het wachten als ik naar het toilet ga. Als ik weder keer en haar niets vermoedend zie zitten bedenk ik een mopje uit te halen. Ik ga doen alsof ik haar rugzak wil stelen. Slecht plan weliswaar. Op het eerste moment lijkt het mij grappig. Ik Benader haar langs achter en begin aan de rugzak te trekken, mij ogen strak op haar gericht, afwachtend naar haar reactie. Ze verschiet, en dan gaat het ineens heel snel. Ze vliegt in vlug tempo van haar stoel en vat mij bij de kraag waardoor ik een meter of twee naar achter strompel. Haar vuist gaat al naar achter om uit te halen naar mij, ik zie de woede en de angst in haar ogen als onze blikken kruisen. Dan pas herkent ze mij. Ze laat mij los en word overvallen door een overdosis van emoties. Angst, vrees, woede, opluchting en teleurstelling al op het eenzelfde moment. Het is fout van mij op op haar angsten in te spelen als grap. Ik besef dan pas hoe fout ik was! Wat was ik wel niet aan het denken?! Maar spijt komt te laat, altijd. Ze valt me in de armen op een schreinende manier, vragend waarom ik zo iets zo willen doen. Ik verontschuldig mij, ook kan ik mijn daden niet terugnemen en hou haar stevig vast. Dat is het enige van echte troost dat ze nu gebruiken kan. Zij moet even bekomen als ik met gebogen hoofd naar pijn voeten staar.  Eens zij is bekomen en we het hebben bijgelegd kunnen we lachen met zojuist akelige situatie. Zoë had mij bijna een pak slaag gegeven, en het was verdient geweest ook. Dan is het tijd om de bus op te stappen. En we ontmoeten weder Tom en Marlies. Een Belgisch koppel dat we voor het eerst hebben ontmoet oo de luchthaven van Tarija. Samen met hun deelde we dus Taxi tot het centrum. We denken dat we op alles zijn voorbereid. We hebben onze slaapzakken, eten, drinken, slaappillen, reisziekte pillen en al onze kostbaarheden bij de hand. De waarheid is echter dat niets je kan voorbereiden voor de ruige rit richting Tupiza. We rijden over kleine zandwegen met links van ons een grijze zanderige rotswand recht omhoog, rechts van ons een steile afgrond waar we het einde in het donker niet van kunnen zien. De weg is vreselijk. We hobbelen in onze zetel van links naar rechts en worden door elkaar geschud. Als mijn slaap pil begint te werken word ik dan toch in slaap geschud. Verrassend genoeg kan ik als een van de enige goed doorslapen. De laatste twee uur op de busrit ben ik wakker, doch nog dromerig van de slaappil. De rit is nog steeds een attractie en zie mensen hun hoofden, die net boven de zetels uitsteken heftig heen en weer schudden. Zoë woelt op zoek naar slaap die ze maar niet kan vinden. Het is veel vier uur in de morgen als we aankomen in Tupiza en het is ijzig koud. Tom en Marlies hebben al een hotel op voorhand geboekt. En hebben hun verwittigd dat ze in de nacht zullen aankomen. Zoë en ik, die niets hebben gepland gaan ook proberen daar nog verder uit te slapen. De straten zijn in Tupiza lijken verlaten en kil. Op dit moment in de nacht gevuld met slechts een ijzige wind. We wandelen met onze kragen goed opgetrokken door de koude. Het geklak van onze schoenen op de grijze betonnen tegels vult de straten lege straten. We bellen aan en wachten met vier geduldig af voor de witte deur van de hostel. We horen iemand naderen en een Boliviaan rond de dertig jaar met een kruk onder de rechter arm opent de deur. Met vermoeide ogen en verdwaasde blik laat hij ons binnen. We leggen de situatie uit en ook Zoë en ik krijgen een kamer toegewezen waar we nog even kunnen bijslapen. Het is barkoud en kruipen dicht tegen elkaar. Toegedekt door vier deken met daarbovenop nog onze twee slaapzakken die ik heb uitgespreid lukt het ons snel de slaap te vatten. Tegen 9 uur zitten we samen aan de ontbijt tafel. Tom, Marlies, Zoë en ik. We bespreken de 4 daagse uyuni tour over de altiplano en de zoutvlaktes, waarvoor we allemaal hier zijn. We besluiten te regelen of wij met vieren niet samen de tour kunnen doen. Als we ook dat dan geregeld hebben trekken Zoë en ik er op uit. Morgenvroeg vertrekken we pas dus kunnen we vandaag nog genieten van het prachtige Tupiza. Na het inslaan van wat eten en drinken gaan we lunchen in de Mercado. Deze mercado heeft nog meer geur en kleur als degene die we tervoren hebben bezocht. Met onze twee blanken hoofden tussen allemaal Bolivianen. Als we zo een 'Mercado' binnenwandelen ben ik helemaal vrolijk. Ik vind het fantastisch. Het is een hele grote markt en een eetzaal onder een groot dak. Iedereen loopt door elkaar, de zaal zit vol geur van allerlei specerijen en gerechten, mensen roepen, tieren en schreeuwen. En toch zal je hier niemand met stress zien rondlopen. Iedereen loopt door elkaar op zijn gemakje. Of er nu 1 persoon aan een groenten kraam staat of 10. De vrouw zal met dezelfde snelheid te werk gaan. Met diezelfde somberheid zal ze iedereen op zijn beirt verderhelpen. En ik vind dat allemaal zo fascinerend om te bekijken. Tientallen diezelfde kramen staan zij aan zij, stapels groenten en fruit die een andesgebergte vormen op de tafels, halve koeien hangen in grote lappen aan de ijzeren vleeshaken. Gepluimde kippen zonder kop en andere lappen vlees sieren de toonbank. We eten ons 'almeurzo' in de mercado. Almeurzo word het middageten genoemd. Un completo bestaat meestal uit een soep en daarna nog een hoofdschotel. Meestal een berg rijst met hier en daar een stukje wortel, ajuin en als je geluk hebt een erwt of tien. Dan een grote lap vlees of kip erbovenop. Er zijn wel twintig eetstandjes. Allen bestaande uit twee simpele gas vuurtjes waar rondom een stapel vuile potten en pannen zijn opeengestapeld. De stoom hangt tegen het plafon wat hier en daar bruin is aangeslagen. Zowat al die standjes serveren hetzelfde eten belachelijk lage prijzen. Wij zetten ons aan een van de vele tafeltjes tussen de Bolivianen. We worden vriendelijk begroet en ze lijken het wel leuk te vinden dat wij het de Boliviaanse keuken weten te appreciëren. Zoë bestelt voor zichzelf een sopa de mani. Een soep op basis van pindanoten. Ik neem pikante kip. In stilte geniete we van onze goedkope maaltijd. Achteraf gaan we dan genieten van het prachtige landschap. Met een plan waar zo goed als niets uit is op te maken trekken we er op uit. Eerst nemen we de bus tot aan de rand van de staat. Vanaf hier moeten we de weg zien te vinden met onze nauwkeurige kaart. Aan iedereen vraag ik weg om enigszins ons te kunnen oriënteren op onze geweldige kaart. We laten de stad achter ons en wandelen door verlaten zanderige straten met slechts hier en daar een huis. Gaandeweg komen we in een droog en dor landschap. Grijze, rode en zandkleurige bergen tekenen zich af aan de horizon als de zon gretig op ons in brand. Uitgedroogde planten en cactussen sieren het landschap langs beiden kanten van de weg. Bij elke stap stuift er zand op wat kleine wolkjes genegeerd aan onze voeten. We zijn echt in de far west. Het enige wat we missen is gekling onder onze voeten van ster ijzers en zo nu en een melodisch fluit.

Tupiza word dan ook wel de far west van Bolivia genoemd. Hier hebben ook Butch Cassidy en the Sundance Kid hun laatste vuurgevecht gehouden.
Voor de eerste keer zitten we ook echt in de bergen. Tupiza ligt boven de 3000 meter en dat voelen we. Als we door dit filmlandschap het pad omhoog wandelen snakken de naar adem. Toch kunnen we dit snel vergeten door het verbluffende uitzicht. De cactussen worden immenser, het landschap meer verlaten. Een jongen van een jaar of acht passeert ons in draf op zijn paard. We wandele verder in de leegte en af en toe zien we een eenzame auto voorbij rijden. Na twee uur wandelen heb ik nog steeds geen idee waar we zijn. Ik vraag raad aan de enkelingen die we passeren en zorgeloos bewandelen we het pad verder. De weg strekt zich eindeloos voor zich uit en ik twijfel zwaar aan de informatie die ons werd gegeven zojuist. Als we een groepje toeristen te paard zien, geleid door een gids weet ik dat hij de man is om hulp te vragen. De gids is geen man, het is een jongen niet ouder dan 16. Hij heeft een iets wat ronder gezicht en een beginnende snor. Zijn ogen verscholen onder de schaduw van zijn hoed kijken ons vragend aan. Hij weet perfect de weg hier. Waarschijnlijk vanaf het moment dat hij op een paard kan zitten dwaalt hij hier tussen de bergen door. Zijn achtertuin, zijn tweede thuis. Hij verteld ons dat we helemaal niet op het juist wandelpad zitten en lacht breed. We zijn de route aan het doen die ze afleggen voor een 2 daagse trektocht. Oeps. We besluiten dan gewoon een nabij gelegen canon gaan te gaan bekijken. We wandelen door een uitgedroogde rivier richting het natuurlijk spektakel.
Een grote rode rots met een smalle opening in het midden kruist het pad. De zon kruipt door de opening en creëert een lange rechthoek van zon tussen de schaduw. De hemel is helderblauw met geen wolkje te bespeuren. Er is geen wind, en buiten een vogel af en toe in de verte is het akelig stil hier. Oorverdovend stil. Die stilte grijpt ons. Ook wij hebben geen woorden nodig om aan elkaar duidelijk te maken hoe bijzonder deze plaats is, en we genieten in stilte. Onze blikken vinden elkaar, geruisloos, zacht en dan verschijnt haar mooie glimlach. Ik zet mij dichter bij haar om samen intens te genieten van het moment.
Daar eten we dan een kleine snack. We rusten even uit en nemen de tijd voor het nemen van foto's. Beiden merken we dat we toch wel last hebben van de hoogte. We kampen we met felle hoofdpijn en we zijn serieus uitgeput. Toch vind ik de kracht om op de rots te klimmen. Vanboven is het best gevaarlijk. Het is maar een smalle richel bezaaid met losse stenen maar het uitzicht is prachtig. Toch moet ik mij concentreren om niet twintig meter lager naast Zoë op de grond terecht te komen. Na wat te poseren voor enkele foto's klim ik behoedzaam terug naar mijn wederhelft op de begane grond. Nog even wat kiekjes van ons beiden voor we beginnen aan de terugkeer. Op de terugweg krijgt Zoë nog meer last van de hoogte. Ze heeft vreselijke hoofdpijn en krijgt spontaan een bloedneus. Ik bied haar wat cocablaren aan die goed zouden zijn voor de hoogte, maar het maakt geen verschil. Ook van de bittere smaak is ze geen fan. In de avond is Zoë er nog erger aan toe en na ons eten kruipen we snel ons bed in. Zij neemt nog een pilletje tegen de hoogteziekte, ik die nu ook barstende hoofdpijn heb denk wel dat het morgen over zal zijn. Wist ik wat komen ging? De volgende morgen zijn we er dan vroeg bij om te vertrekken op de vierdaagse tour. Anders dan Zoë die geen last meer heeft van haar hoofd ben ik er nog slechter aan toe als gisteren. Ik slik dan ook maar in pilletje, straks zal het wel over zijn toch? Onze groep bestaat uit drie 4x4's en wij delen dan de auto met onze gids, kokkin, Marlies en Tom. De eerste uren rijden we door het prachtige far west en kunnen we genieten van prachtige uitzichten. We zien vreemde rotsen gevormd door jaren erosie van water en wind. Het is een bizar zicht om zo een hele rotsenformatie te zien die wel van een andere planeet lijkt te komen. We blijven klimmen naar hogere hoogtes en bereiken zo de kale altiplano. Lama's lopen over het kale landschao op zoek naar iets om te grazen of het kostbare water. Zo ver als we kunnen zien een heuvelachtig bruin gebergte met slechts hier en daar een dorre plant. De weg kronkelt verder door deze vergeten wereld en we laten een grote stofwolk achter. Als we halt houden in een dorpje gelegen in dit hard gebied is mijn hoofdpijn nog niet verminderd. Integendeel het is erger geworden. Op mijn tanden bijtend lopen we door het dorpje. Het is waanzinnig dat deze mensen hier hun thuis hebben. Ver verwijderd van bevoorrading en vruchtbare grond. Ze hebben leren leven in deze regio waar niets van zelf sprekend is. Na het eten voel ik mij ietswat beter als we terug plaatsnemen in de jeep voor de komende vijf uur nog te toeren door indrukwekkende landschappen.

Zo bezoeken we nog een verlaten mijnpost van de spanjaarden op een hoogte van 4650 meter. Daar ben ik draaierig en misselijk. Ik wil niets liever dan terug plaats nemen in de auto. Als we verder rijden zien we in dit verlaten landschap inderdaad nog enkele actieve goud en zilver mijnen. Deze kleine groep mensen werken keihard op indrukwekkende hoogtes in gevaarlijke mijnen.

Later klimmen we nog tot een hoogte van 5000 meter en houden halt bij enkele geisers. Ik voel mij zo beroerd dat ik de jeep slechts kan verlaten voor een plaspauze. De zwaveldampen doen mijn maag keren en wrijf over mijn slapen in hoop dat de hoofdpijn afneemt. Als we daarna terug dalen lijkt het mij terug beetje bij beetje beter te gaan.
Als we in de avond aankomen in ons hotel voel ik mij verschrikkelijk slecht. Het lijkt wel of iemand de hele tijd op mijn hoofd aan het in dreunen is. Ik slik nog een pil tegen de hoogteziekte en drink coca thee, maar niets helpt. Na het eten voel ik mij dan toch terug even beter, of toch niet. Ik ben verward en moe. Maar de slaap kan ik niet vatten. Eens in bed worden de dreunen erger. Ik weet dat rust belangrijk is en probeer de slaap te vatten. Die nacht slaap ik heel onvast en word verschillende de malen wakker met een miserabel gevoel over heel mijn lichaam. De volgende morgen voel ik mij iets beter, denk ik. Samen met Tom ga ik een kijkje nemen naar het ochtendlicht dat zich uitstrekt over deze bijzonder vlaktes. Eens terug binnen realiseer ik dat ik mij helemaal niet beter ben. Zoe kijkt me vaak met bezorgde blikken aan dus probeer ik mij sterk te houden. Ik wil haar niet verontrusten en bijt op mijn tanden als we aan onze tweede dag beginnen. > We rijden terug door een andere wereld hoog op de altiplano. De verlatenheid is hier groot en de leegte strekt zich kilometers voor ons uit. We hebben surrealistische uitzichten op heldere bergmeren, gekleurde meren en meren met unieke minerale die worden gebruikt voor het maken van allerlei producten. Lama's, alpaca's en vicuñas grazen aan het weinige groen. Het is hemels mooi, maar het kost mij veel moeite om de pijn even aan de kant te schuiven. En soms als de schoonheid van de natuur de overmacht neemt lijkt alles even te verdwijnen. Zoals bij de stenen van Dalí. Een vulkaan op de achtergrond, een groot leeg bruin tapijt uitgestrekt ervoor met enkele bizar gevormde stenen te midden van het niets. Plaatsen als deze brengen je in verovering en het is moeilijk te bevatten dat dit werk is van Pachamama. Werk van Moeder Natuur. Door vulkaan erupties, weer en wind gevormd over duizende jaren tijd. Deze stenen lijken hier wel gedropt te zijn door een reus.
We zijn nog niet terug in de jeep of de pijn is al terug.
Op sommige momenten is de pijn heftiger en is het bijna niet te harden. Mijn onzichtbare vriend die gisteren met zijn vuisten op mijn hoofd aan het in dreunen was heeft een hamer gevonden. Onophoudelijk dramt hij op mij in. Mijn schedel lijkt wel open te barsten. Meer en meer krijg ik moeilijkheden met simpele zaken. In de auto verstop ik mijn gezicht steeds vaker in mijn kap. Zo kan niemand zien hoe hard ik mij moet inhouden om mijn tranen van hopeloosheid en pijn te verbergen. Hoogteziekte is een serieus te nemen zaak. Wanneer niet tijdig word opgetreden kan je het zelfs met de dood bekopen. En ik weet niet waarom ik toen nog niet gemeld had hoe ernstig het was. Misschien omdat ik niemand wou belasten? Want wij zouden rechtsomkeer moeten maken wat ook voor Marlies en Tom het einde van de trip zou betekenen. Nog steeds vol hoop dat alles over zal gaan blijf ik zwijgzaam afzien.

We stoppen nog bij een bergmeer dicht tegen de Chileense grens. Dit felblauw bijna groen gekleurd meer onder aan een vulkaan is een van de mooiste plaatsen die ik ooit heb bezocht. We lopen over vulkanische gesteente met een ijzige wind in de rug. De wind snijdt op ons in als we foto's maken van de buitengewone plaats.

Juist voor onze lunch stoppen we bij een warm water bron op een hoogte van 4200m. Het water van 38 graden heeft op vele een rustgevende, kalmerende en helende werking. Bij mij verergert het slechts de hoofdpijn. Tijdens de lunch krijg ik niets door de keel en trek mij terug in de jeep. Tanden op elkaar en ogen stevig dichtgeknepen probeer ik de pijn van mij af te zetten, zinloos natuurlijk.
Die tweede dag komen we vroeg aan op het hotel. Na het uitladen van onze spullen trekken we er op uit Lago Colorado te gaan bezichtigen. Een rood gekleurd meer waar heel veel flamigo's te zien zijn. Ik pas, niet van mijn gewoonte, maar kan niet meer. Als iedereen er op uit trek leg ik mij neer op het bed en probeer te slapen. Ik vind het vreselijk dat ik dit moet missen, maar de pijn zorgt ervoor dat ik die zorg als snel vergeet. Zoë zal mij later alles moeten vertellen samen met de foto's. Als de avonturiers weder zijn gekeert en we ons klaarmaken voor het eten voel ik mij iets beter. Het dutje heeft goed gedaan en de dosis pijnstillers, hoogtepillen en coca thee lijken hun werk te doen. Helaas is dit maar voor even, want na het eten komt alles eens zo hard terug. De nacht is een ware nachtmerrie zonder te dromen. Slapen lukt helemaal niet meer en heb elk uur op de klok gezien. We hebben dan wel speciale slaapzakken waar ik met mijn slaapzak nog ben ingekropen maar het is - 20 en dus ijskoud. Ijs op de binnenkant van onze ruit in de morgen bevestigd de koude nacht. En ik ben niet de enige die slecht heeft geslapen en dat lucht enigszins op. Toch is deze morgen de ergste van allemaal. Gaan slapen met hoofdpijn, wakker worden in de nacht met barstende hoofdpijn en opstaan met schreinende verscheurende hoofdpijn werk op je in. Je verliest je temperament, je kracht, je plezier. Deze dag is de eerste van mijn reis dat ik heimwee heb. Ik wil hier niet meer zijn. Ik wil thuis in de zetel zitten of in bed en verlost zijn van deze kwelling. Als we voor de derde dag de auto in stappen gaat het mij helemaal niet meer. Ik leg mijn hoofd tegen Zoë haar schouder of leun tegen het raam. Ik krijg mijn hoofd zelfs niet meer omhoog. Het voelt nog steeds alsof er iemand met een hamer op mijn hoofd in beukt, maar nu ook langs binnenuit. Mijn hoofd lijkt wel open te barsten en af en toe rolt er een traan van mijn wang als mijn tanden knarsen van de kracht die op ze uitoefen. Bij de gewoonlijke stopplaatsjes ben ik niet meer in staat mee uit de auto te stappen. Ik blijf in de auto en nu is de pijn verlammend. In niets ben ik nog in staat. Als we bij bijzonderheden stoppen lukt het me net om mijn hoofd even op te heffen om een glimp op te vangen van de plaats om daarna terug in mijn zielige houding te zakken. Om eerlijk te zijn weet ik niet meer waar we die laatste dag hebben gereden en waar we juist gestopt zijn. De pijn was zo heftig dat het allemaal onecht leek. Ik vermoed dat ik aan het ijlen was. Bij arbol de piedras, de stenen boom herinner ik mij dat ze in discussie waren wat ze met mij moesten doen. Het is niet echt een stenen boom natuurlijk. Het is een steen in de vorm van een boom. Toen opende onze gids de deur en vroeg iets waar ik alleen op kan antwoorden dat de pijn niet meer te harden is. Ook Tom komt nog iets vragen maar heb geen idee wat. Er moet gezocht zijn naar oplossingen en Zoë bleef maar aanhouden dat ze nu met mij weg wil hier. Onze gids komt nog een laatste keer mij opnemen en beslist dan dat we best meteen wederkeren naar Uyuni waar ik naar een dokter kan gaan. Perfect denk ik. Eindelijk is verlossing in zicht. Het is nog een terugrit van meer dan 3 uur waar ik niets van mee krijg. Waarschijnlijk reden we ook door indrukwekkende landschappen toen ik ineengedoken in de auto zat. Als we stoppen voor de middagpauze heb ik geen honger. Ik wil en kan niet eten. Ik leg mij neer op de achterbank als de tijd langzaam verder gaat. Dan terug op weg. Heel die rit lang bijt ik op met mijn tanden en fluister mezelf toe; in Uyuni gaat het over zijn. In Uyuni ben je er vanaf. Toch nog niet zo eenvoudig. In Uyuni zoeken we dan naar een ziekenhuis. Naar een privé ziekenhuis. De zijn iets duurder maar blijkbaar beter. Mij is het gelijk en wil gewoon dat het snel gaat. En het eerste is gesloten. Onze gids rijd zowat door alle straten op zoek naar een ander. Na enige tijd vinden we dan een ziekenhuis, mijn redding. het ziekenhuis is nieuw, maar kaal en kil. Ik staar op de roze slecht geverfde muren in afwachting van mijn beurt. Op de televisie is een kinderprogramma aan het afspelen en de scherpen tonen snijden in mijn hoofd. Eerst moet ik een betaling doen van 200 BS. Zo'n 25 euro. Als ik na enige tijd met de verpleegster naar een klein onderzoek kamertje ga kan ik mijn geluk niet op. De hoofdpijn is er nog steeds en kan niet wachten naar het moment dat dat verdwijnt. Ze meet mijn hartslag en bloeddruk. En dan is ze ineens weg, foetsie. Zo'n twintig minuten zit ik daar tot ik het op mijn zenuwen krijg. Ik vraag aan een andere verpleegster wat er nu aan de hand is. Zij begint af te lossen als de andere terug binnen wandelt. Die op haar beurt het dan terug overneemt. Dan mag ik eindelijk binnen bij de dokter. Zijn haar kort geschoren, bril op de punt van zijn neus en een lege blik, meteen voel ik mij ongemakkelijk. Deze man doet alles wat de verpleegsters zo juist hebben gedaan, kijkt nog eens in mijn keel en begint dan heftig te schrijven. Sinds een of twee dagen kamp ik ook met een heftige hoest en schorre keel, maar meld hem duidelijk dat mijn enige probleem is dat ik heel veel last heb van de hoogte en dan ik daar iets voor moet hebben. Hij kijkt niet van zijn bureau op en schrijft ijverig verder. Het is een hele brief voor de medicatie die ik nodig heb. Eenmaal dat papier in mijn handen maak ik dat ik daar buiten ben en op weg ben naar de apotheek. Vandaag is dus zo blijkt een feestdag in Uyuni en zowat alle apothekers zijn gesloten. Dus we toeren weer heel het stadje rond tot we eentje vinden. De vrouw achter de balie snapt niets van de lijst. Ze vraagt me wat ik juist heb. En leg uit dat ik kamp met zware hoogte ziekte, de rest is niet belangrijk. De fantastische dokter heeft twee spuiten voorgeschreven die elkaar helemaal tegenwerken en als die zie beiden zou geven zou er dus niets verandering komen in mijn toestand. Ze neemt dan de juiste spuit die ik in mijn bil krijg geprikt daar achter de balie. Nu wachten op verbetering. Onze tour operator wilt van mij horen dat we we nu met de tour willen stoppen zonder wroeging. Ik bedank haar uitbundig en ook onze gids die steeds zijn best heeft gedaan voor ons. Dan met mijn laatste energie zoeken we een hotel waar ik kan rusten. En jongens wat ben ik daar goed in! Zo liggen we daar bijna heel de namiddag en beetje bij beetje trekt de hoofdpijn weg. Ik voel me beter maar nog steeds belabert als we op zoek gaan naar avondeten. Bij een kleine pizzeria eten we een een pizza met quinoa deeg. Het kikkerd mij op en voel mij veel beter als we dicht bij elkaar kruipen voor heerlijke nachtrust. En slapen doe ik heerlijk. We blijven die dag toch nog veel op hotel en zo nu en dan waag ik mij naar buiten voor wat frisse lucht. Die avond gaan we naar een andere pizzeria. Die ronde lap deeg deed mij gisteren zo goed dat ik dat nogmaals pizza eten wil. We bezoeken Minute man Pizza. Een schitterende keuze. En eet meer dan heerlijk! Verrukkelijk gewoon. Dit is veruit de beste pizza die ik de afgelopen maanden gegeten heb.
Minuteman pizza is echt fantastisch. Als we te weten komen dat we hier ook ontbijtbuffet kunnen verorberen kunnen we niet wachten tot morgen. Pizza, pasta, eieren, vlees zelfgebakken broodjes het komt allemaal voor in mijn dromen die nacht.
En wat een geweldig ontbijt. Zelden heb ik zo uitgebreid kunnen eten. Er worden omeletten klaar gemaakt met de ingrediënten die jij wil. Er zijn verschelende soorten cornflakes, fruit, hesp en andere toespijzen, meerdere soorten kaas, keuzes uit zelfgebakken broodjes, pannenkoeken en nog allerlei. Helemaal rond gegeten beginnen we dan aan onze dag tour op de zoutvlaktes. Door mijn hoogteziekte hebben we deze misgelopen en is natuurlijk het hoogtepunt van de tour. We zijn dan vastbesloten dit te willen zien en ervaren voor we Uyuni verlaten. De eerste stop is bij het treinen kerkhof. Het valt wat tegen dat hier wel 50 andere jeeps vol toeristen staan. Het lijkt wel een pretpark. Zoe en ik haasten ons dan naar de verlaten treinen en stukken schroothoop die verder verwijderd zijn van de massa. Hier kunnen we rustig genieten van de bizarre situatie. Honderden treinen liggen hier te roesten. Wagons met deuken en scheuren liggen over elkaar. Het is de perfecte locatie voor enkele bijzondere foto's. Dan haasten we ons met de jeep naar een klein dorpje dat allemaal artesanale producten maakt. Het is eigenlijk niets meer dan een grote toeristenval. En ik vind het vreselijk. Elk standje verkoopt net hetzelfde als het standje ernaast. Het zijn geen unieke handgemaakte werken. Het is prullaria waar ze toeristen hun geld mee willen aftroggelen. We zijn dan ook blij als we hier wegrijden.

Maar als we de zoutvlaktes oprijde. Word het pas echt bijzonder. Een witte plateau tot aan de horizon. Links en rechts zo ver we kunnen kijken een wit tapijt met in de verte enkele andere jeeps. Het is hier nu droog seizoen en de droogte heeft de zoutkorst helemaal bloot gelegd. Overal vormen zich bijna gelijke zeshoeken en hier en daar is een scheur te zien. Vanaf hier lijkt de wereld wel eindeloos.
Het is op zo een scheur in de zoutkorst dat onze jeep zijn band stuk rijdt. Daar staan we dan te midden van de grootste zoutvlaktes op aarde. We hebben wel een reservewiel, maar geen krik. Dus wachten op een van de andere jeeps die zodra zullen passeren. We nemen de gelegenheid om ons wacht moment optimaal te benutten. We nemen waanzinnig en buitengewone foto's. Hier heb je geen dieptezicht waardoor je heel unieke plaatjes maken kan. Ook de wind is bijzonder. Er staat zo een harde wind, als ik me goed heb positioneert en wacht op de juiste wind vlaag dat ik meer dan een meter vooruit waai door gewoon omhoog te springen! Na de pitsstop zijn we terug op weg naar het zout hotel voor onze lunch. Heel het hotel is opgebouwd uit grote zout blokken. Deze worden uit de grond gehaald en op maat gesneden. Stoelen, tafels allemaal uit grote klompen zout. We eten onze lunch als de wind buiten hard loeit.

Wij hebben gezocht naar een tour operator die ons toelaat ook de zonsondergang te ervaren als afsluiter van de dag. We rijden dus naar een plekje in de witte wildernis waar we gekluisterd afwachten. Al vele malen heb ik de zon zie ondergaan op mijn reis. Toch hier op werelds grootse zoutvlaktes, op dit gigantische witte tapijt omringd door heel veel wit en nog meer zout is het een merkwaardig gebeuren. We zien de weinige wolken langzaam verkleuren als de zon achter de horizon zakt. De glinsterende zout korst kleurt mee oranje en lichtroos tot de zon helemaal verdwijnt samen met de warmte die ze elke dag opnieuw meeneemt. Nu is er slechts in de verte nog een oranje gloed van waar de zon zich heeft verdoken. Meteen voel je hoeveel kouder het word wanneer het elders het warmer wordt. In een ander land op een andere plaats zijn nu enkelingen aan het kijken naar de zon die tevoorschijn komt. Onze complexe aarde die altijd maar doorgaat, wat heb ik haar lief.
Terug in Uyuni halen Zoë en ik snel nog iets uit voor te happen als we richting de bus wandelen. Zoë is nu degene die zich slecht voelt. De wind en de koude van afgelopen dagen eisen hun tol en ze kamp met een zware hoest. Misschien ben ik het die mijn zware verkoudheid heb doorgegeven. De busrit is vreselijk, zoals altijd. Voor Zoë vooral. Zij kan de slaap niet vatten door haar hevige hoest en brandende keel. Rust is het enige wat helpt en baar mij zorgen over de dag die komt. Ze zal vast en zeker nog meer last hebben. Omdat we de eerste weken de hele tijd regen hebben gehad, de tweede week hebben vertoeft op hoge hoogtes waar het altijd koud is hebben we besloten om zo snel mogelijk naar Rurrenabaque te reizen. Het jungle stadje van Bolivia. Gedaan met slecht weer en ziek zijn. Op naar Rurre en uitrusten! Zon, fruitjes en natuur, het beste recept tegen alle ziektes! Daarom dat we dus in die bus naar La Paz zitten. Vanaf daar zullen we een vliegtuigje nemen tot Rurre. Het is amper half 5 als de bus ons afzet voor de inrit van El Alto Airport. Zoë is helemaal van de kaart en echt ziek. We boeken onze vluchten voor in de namiddag, vroeger ging helaas niet. Meteen zoek ik als een bezetene hotels op waar we nu, om zes uur in de morgen kunnen inchecken. Zoë moet rusten, het enige wat helpt. Na een tijdje lukt mij dat dan ook en vervolgen we onze weg richting hotel. Zoë ploft neer in bed. Ik stop ze onder en spreek haar lieve woordjes toe zoals we allen doen bij zieken. Alsof onze zachte spraak en liefkozende woorden helen de krachten hebben waardoor onze geliefde enkele uren later verlost zijn van al hun kwalen. Idioot natuurlijk. Doch worden we allen liever zacht aangesproken als we ons slecht voelen. Maar ik besef dit maar al te goed en stop met praten en haast mij naar de apotheek. Met alles in mij leg ik zo goed mogelijk uit wat Zoë haar symptomen zijn en de verkoopster kijkt geboeid toe. Met een zakje vol pilletjes en fles hoestsiroop snel ik mij terug naar onze kamer. Ik beveel Zoë alles in te nemen voor ik haar nogmaals in stop. Dan verlaat ik de kamer en zet mij op het terras. Terwijl Zoë goed kan uitzieken schrijf ik bij. Heel de voormiddag en de middag en een deel van de namiddag ben ik aan het schrijven. Zo nu en dan neem ik een kijkje in de kamer. Zoë is steeds in diepe slaap en het breekt mijn hart haar zo ziek te zien. Geloof is heel belangrijk in het leven. In wat je gelooft dat moet ieder voor zich uitmaken. Maar ik denk dat het de boodschap is die geloof met zich meedraagt vrij gelijk is. Heb lief. Wees goed voor je naasten en ook voor onbekende. Heb jezelf lief en heb andere lief. Deel je liefde met de wereld. Want liefde is waar het allemaal om draait. Liefde is de sleutel tot geluk. Een leven verzadigd met liefde is hoogst te bereiken prestatie in het leven. En Zoë is voor mij een van die personen die mijn leven dagelijks vult met liefde.  En al geloof ik niet in God. Misschien wat andere God noemen is voor mij het Universum. Het alom heersend  Universum. Dat alles ziet, hoort en voelt. Alles gebeurd met een reden en alles is verbonden met elkaar. En die dag in de goedkope hotelkamer bid ik dan ook tot het Universum; alsjeblieft laat Zoë snel beter worden. Geef haar de kracht om dit te overwinnen dat we samen nog kunnen genieten van onze laatste dagen samen. En er zullen zeker en vast mensen zijn die bidden dom vinden, of zinloos. Maar geloof is niet alleen belangrijk voor de lessen die ze meegeeft. Mensen moeten ook kunnen geloven in iets. Zoals ik al zei; ik geloof niet in God. Toch bestaat hij voor mij. Onder de gelovige, onder de mensen. Als iemand mij zou zeggen dat God niet bestaat kan ik alleen maar vragend antwoorden met de vraag; maar hoeveel levens heeft hij al gered? Gewoon door de kracht van geloof. In de namiddag moet ik Zoë uit haar diepe slaap wekken. Ze is nog steeds niet beter en in constante strijd als we La Pas achter ons laten op weg naar de luchthaven. Het is een klein vliegtuigje waar we instappen. Het lijkt wel een privéjet, slechts 48 personen aan boord. En de vlucht in prachtig. Als we eerst boven de grote kom van La Paz vliegen besef je pas hoe groot deze stad is en hoe uitzonderlijk de locatie is. Nog mooier is dat we kort langs de gigantische bergen van de Andes vliegen, waar de toppen hoger liggen als het vliegtuigje. En als we gaan landen krijg ik het helemaal. Onder ons een dik groen tapijt van bomen verlicht door een felle zon, enkele heuvels met wat akkers, fruitbomen en vee. En een gigantische bruine slang die zich een weg baant tussen al deze prachtige plaatsen, de Rio Beni natuurlijk. Als we landen in Rurrenabaque is het er bloedheet. En wij ziek, komen de van La Paz zijn ingepakt als bergbeklimmers. We wandelen het vliegtuig dus uit met al onze kleren onder de arm. Als we wachten op onze bagage zie ik dat Zoë wat meer kleur krijgt. Ze heeft precies wat energie. En ik ben stomverbaasd als ze zelfs besluit een sigaret te gaan roken. Al twee dagen heeft ze er geen meer aangeraakt wat alleen gebeurd als ze echt ziek ziek is. Als ze verdwijnt voor haar rook expeditie verschijnt er een lach op mijn gezicht. Ik kijk even naar boven, knik en bedank het Universum. We nemen de taxi naar het hotel waar ik 2 jaar geleden met Maarten en de groep ook verbleef. Rustig, net en hangmatten. We rusten lekker uit en genieten van de warmte en de zon. Zoë is nog steeds niet helemaal beter dus vandaag is rusten de boodschap. De volgende 2 dagen doen we het ook nog rustig aan. We lopen wat door de straten van het gezellige Rurre en genieten van het verse fruit en heerlijke sapjes. We vinden ook nog een leuke koffiebar waar ze 'echte' koffie serveren. Ze hebben zelf slow Coffee waar we uitgebreid van genieten. In onze rustdagen dat we in Rurre zijn gaat het al veel beter met Zoë. We zoeken een tour operator voor een driedaagse in de Pampa's. De pampa's is een subtropisch grasland, en hier in Bolivia met heel veel rivieren die er tussendoor kronkelen. We vinden een agentschap dat aan onze wensen voldoet en leggen vast. In de namiddag trekken we uit voor een wandeling. De wandeling leidt ons naar een top van een berg waar we uitzicht hebben over heel Rurre en de Rio Beni. Maar niet zo gemakkelijk. Eerst moeten we een hele portie trappen beklimmen. Het lijkt wel of we zijn op weg naar een verborgen Inca tempel. De korte hoge treden gaan steil omhoog door dichtbegroeide jungle. Vogels vliegen over en nog meer fluiten prachtige liederen. En dan houden de treden op. Ineens. En we moeten verder klimmen over wortels van bomen en grote stenen. Met handen en voeten zoeken we naar grip en klimmen we steeds hoger en hoger. Op een gegeven moment bereiken we en plateau met een overdekt bankje. We eten een fruitje en genieten van een prachtig uitzicht. Maar dan merk ik op dat dit nog niet het einde is. We kunnen nog verder en nog hoger, wat we dan ook doen. Het pad word weliswaar wat gewaagder. Een smal pad van slechts een halve meter breed met rechts een steile bergaf begroeid met exotische planten, links echter rotsen recht naar beneden tientallen meters diep. Geconcentreerd banen we verder omhoog. Eens de top bereikt is het een kleine zegeviering. Het uitzicht van zojuist is kleine kaas vergeleken met wat we hier voor ons zien. Nu zien we heel Rurre. Het centrum en ook de achter wijken zijn van hier goed te zien. De machtige Rio Beni strekt zich ver voor ons uit en verdwijnt in de jungle aan de horizon. We eten onze broodjes met honing al starend naar de jungle. Niet alleen wij zijn verrukt met de honing, het trekt ook nog andere insecten aan. En het zijn niet de enkele mieren of vliegen die onze interesse wekken, maar een zwaar gezoem van een zwart gedaante dat nader treed. Het is groot en ik denk eerst nog dat het een vogeltje is. Maar eens het dicht genoeg bij ons is zie ik iets waar mijn haren op mijn armen va' recht gaan staan. De tarantula hawk. De tarantula Hawk of de pepsis is gigantische wesp. Zijn zwarte lijf dat meer dan vijf centimeter lang kan zijn schrikt af. Natuurlijk krijgt deze zijn naam niet zomaar. De tarantula hawk verlamt met zijn krachtige steek grote spinnen, vogelspinnen. Dan sleurt hij zijn slachtoffer naar zijn nest, onder de grond. Hier plant zij haar eitje in de spin. En zo zal de larve, de nog steeds in leven maar verlamde spin van binnenuit verorberen. Het is alleen het vrouwtje die deze gevechten met de achtpotige aangaat weliswaar. En wanneer met rust gelaten zal deze wesp net als andere ons ongemoeid laten. Toch is het goed om te weten dat de steek van de tarantula hawk de 2de pijnlijkste is van alle insecten ter wereld. Op nummer een prijkt de kogelmier. Met verbazing en interesse volg ik het zwarte gevaarte. Het is prachtig en Zoë krijgt er rilling van. Ze wilt er niets van weten en wilt dat het zo ver mogelijk uit de buurt van haar blijft. Als we aan onze afdaling beginnen volgt Zoë mij op de voet. Met de nodige concentratie aan de man passeren we de wat linkere stukken. Op een gegeven moment hoor ik een vreselijke gil. Een wanhoops kreet, en verdomd dichtbij. Het kan niet anders dat Zoë degene is die dit voor mij onbekend geluid maakt. Als ik mij omdraai zie ik een meisje met angstige ogen en trillende handen die snel tegen mij aan komt leunen. Wat is er? Vraag ik. Ddd ddddie ttt tarantula hawk vloog zonet tegen mijn hoofd. En inderdaad daar zie ik nog net het zwarte gedaante verdwijnen. Natuurlijk vind ik dit hilarisch en moet even gaan zitten om te bekomen. De verdere afdaling zit Zoë met schrik en ik met tranen in de ogen. Het is leuk dat we eindelijk kunnen genieten van goed weer. Beiden zijn we beter en kunnen dus lekker gezellig van elkaar genieten. De liefde is groot tussen ons beiden en groeit nog elke dag. Nog steeds als ik in haar ogen kijk verdrink ik. Nog steeds kan ik zo naar haar aan het staren zijn als de eerste keer dat ik haar zag. Ze is het meisje van mijn dromen en ik ben blij dat ze dat weet. Minder leuk is dat zoë het nieuws krijgt dat haar oma plots is geopereerd. Zoë haar oma is niet zo maar een oma. Het is Marijn. Het is haar 2de mama en haar grote voorbeeld. Het is degene bij wie ze steun en liefde vond toen ze helemaal verloren liep en van het pad des levens was afgedwaald. In de tijd dat ik Marijn ken heeft ze mij ook steeds weten te verbazen. Marijn is een vrouw met kracht. En het vuur brand in haar. Telkens weer geniet ik van de tafel verhalen die zo nu en dan opduiken over Marijn. Al op vele momenten in haar leven kwam ze voor situaties te staan waar andere het hoofd lieten hangen. Maar neen! Niet Marijn! Zij strekte haar rug, hief haar schouders en trotseerde al de moeilijke momenten met fierheid en trots. Ze is een ware vechter en dat karakter vind ik terug in Nadia, Zoë haar mama en in Zoë zelf. Deze drie vrouwen van drie generaties lijken sterker op elkaar dan ze zelf zouden toegeven. Maar het is die kracht, die fierheid en dat tikkeltje arrogantie want hun alledrie zo siert. Ze zijn een team, een groep, een familie met een onderliggende band zo sterk dat weinige onder ons kennen. En soms kunnen ze roepen, schreeuwen en tieren naar elkaar, maar wanneer nodig zullen zij er telkens voor elkaar zijn. En alledrie zullen ze vechten voor elkaar, want elk zijn ze een deel van elkaar. En Zoë wist dat er een operatie moest plaatsvinden, maar die was gepland voor het einde van Juli. Tegen dan zou zij al terug thuis zijn om haar bij te staan. Natuurlijk word Zoë overvallen door paniek en angst. Maar haar moeder verzekerd haar dat er geen reden is om zorgen. Het was een zware operatie en ze moet nu veel rusten. Tegen dat Zoë terug thuis is zal ze zeker uit het ziekenhuis zijn. Met tranen in de ogen legt ze de hoorn neer. Beiden kruisen we onze vingers dat alles goed verloopt. > De volgende dag is het dan tijd voor onze drie daagse trip. We ontbijten in onze favoriete koffiebar waar ik typische Boliviaans eet. Bakbanaan met gedroogd rundvlees, kracht voer dus. Zoë kiest voor ietswat saaier, maar zeker niet minder smaakvol voor yoghurt met seizoensfruit, vers natuurlijk. Als we bij onze tour operator aankomen zien we twee bekende gezichten, Marlies en Tom. Ook zij hebben de tour bij deze operator, wel zitten ze in een andere jeep en boot. Kleine wereld toch. > Eerst moeten we drie uur rijden over zanderige paden tot Santa Rosa. Vanaf daar zullen we verder varen op een bootje tot aan de Lodge. Ideaal moment om kennis te maken met onze medereizigers. 3 jonge gasten van Engeland, 3 Zwitserse meisjes met grote boezems en Pablo een Boliviaan. Op die rit zien we al enkele capibara's schuilen voor de zon en kaaimannen die genieten van diezelfde zon. Watervogels baden in het lage water en in de verte zien we enkele Rhea's. De zuid- amerikaanse struisvogels. Juist voor we de boot opstappen eten we onze lunch die smaakt naar meer. En dan op het bootje. We zijn nog niet goed vertrokken en zien al twee roze rivier dolfijnen spelen in het water. Dit word geweldig! De komende drie uur zitten we vast op de boot. Maar het is helemaal geen marteling, integendeel het is een verrukking. Zoë en ik van voor, naast elkaar genieten van de zon. Enkele minuten op het water en we zien al aapjes op de oever. Met onze boot komen we heel dicht bij en tot ieders verbazing spring er eentje zelfs op onze boot. Vol ongeloof kijken we toe. Niet veel later word het mij duidelijk waarom deze aapjes verre van schuw zijn. Onze gids vraagt; willen jullie ze echt dichtbij zien? En hij haalt een banaan uit zijn zak. Meteen springen meerdere aapjes op ons bootje. Onze gids zegt dat we dit echt niet mogen verder vertellen. Ja, inderdaad wat dit is ongehoord. Zoë en ik zochten juist een operator die de dieren niet voedert en zich bewust is van dit complexe ecosysteem. We zijn hier dan ook niet mee opgezet en zeggen dat ook. Natuurlijk met groot ongenoegen van onze gids. Ik zeg tegen Zoë dat we dit moeten laten gaan anders gaan we drie dagen met ergernissen zitten. En ook al is dit helemaal tegen onze principes, deze gids wilt ook alleen dat wij hem leuk vinden. En al geeft hij deze dieren een enkele banaan om de band met zijn klanten te versterken, hij heeft de jungle even lief als ons. En in de komende dagen zullen we merken dat hij zijn job met passie uitvoerde. Niemand is perfect, wie ben ik om te oordelen. We laten het gebeuren varen als wij ook verder varen. We zien watervogels onderduiken als we naderen. Grote witte reigers vliegen op, exotische vogels krijsen het uit, andere warmen zich op aan de zon en gekleurde exemplaren vliegen over ons hoofd. We zien nog een kaaiman die zo beweegloos ligt te zonnebaden dat hij wel nep lijkt. De drie uren zijn in een vinger knip voorbij. We krijgen tijd om uit te rusten voor we terug de boot instappen. Deze keer varen we uit naar een nabij gelegen bar waar alle lodges samen komen voor het aanschouwen van de zonsondergang. Met een glaasje wijn genieten we van het kleurrijk spektakel op deze prachtige plaats. Vogels fluiten met vele tegelijk hun avondlied als de kikkers ook hun gekwaak inzetten. Als de zon onder is varen in een oranje gloed terug naar onze Lodge voor de avond maaltijd. Na het eten nog een laatste activiteit voor de dag. Een boottocht bij nacht voor het spotten van dieren. De afgelopen weken heeft het ook hier veel meer geregend dan normaal wat het dieren spotten bemoeilijkt. Toch kunnen we hier en daar een paar ogen waarnemen van de kaaimannen. Buiten deze en enkele kikkers zien we niets. Maar het is de beleving die het speciaal maakt. Het gekwaak van de vele kikkers, de geluiden van de nacht, het water en de duizenden sterren aan de hemel. Luid op droom ik tegen Zoë dat het toch fantastisch moet zijn om dit onder ons twee te kunnen doen zonder gestoord te worden. Na deze prachtige dag praten we nog wat na met iedereen voor we onze nachtrust opzoeken. Op heel de Lodge is maar een twee persoonsbed waar Zoë en ik van mogen genieten. En genieten doe ik. Ik kruip dicht tegen mijn meisje aan als ik mijn laatste nacht als 25 jarige knol in ga. Als 26 jarige word ik dan wakker. Tevreden dat ik hier ben omgeven door hetgeen wat mijn hart verwarmt. Namelijk; Zoë, natuur en avontuur. Als we aan de ontbijttafel zitten zien we vanuit onze ramen aapjes naderen. Ze ruiken het eten en zoeken naar lekkers. Ik had onze gids in het oog en die morgen gaf hij niets! We trekken gummi laarzen aan klaar om door de pampa's te gaan wandelen. Na een korte boottocht lopen we over een grote groene vlakte met een dunne laag water. We zien vele vogels opvliegen en uitwerpselen van herten en capibara's. Helaas vinden we geen spoor van een vanavond waarvoor we eigenlijk tot hier kwamen. De meisjes die hier in hun korte shortjes aan het wandelen zijn worden zowat helemaal opgevreten door de muggen. Hun benen staan dan ook vol bulten. In de hoop andere dieren te kunnen spotten trekken we naar een klein eilandje in het midden van de wetlands. Al snel zien we een grote hagedis voorbij lopen en iets later een halve slang die ten prooi is gevallen van een roofvogel. Maar onze gids is goed, echt goed en na enige tijd spot hij twee grote uilen in de boom. De uilen staren ons nonchalant aan. Deze vogels behoren tot mijn lievelingsdieren. Ze zijn groot, sterk en hun klauwen zijn vlijmscherp. Als ze in de nacht er op uit trekken doen ze dat in stijl. Met hun sterk ontwikkeld gehoor zoeken ze hun prooi uit. Het nietsvermoedend slachtoffer hoort ze noch ziet ze aankomen als ze geruisloos en muisstil door de lucht zweven. Knap!! en ze zitten vast in de klauwen met de dood als gevolg. Terug op de Lodge eten we onze lunch en kunnen weer even uitrusten voor het begin van de volgende activiteit. We stappen in de boot voor pirana vissen. Eerst varen we wel twee uur stroomopwaarts verder de pampa's in. Vanvoor in de boot naast Zoë geniet ik van het moment. Het word beter als we steeds dieper de pampa's in varen. De natuur word woester en het dierenleven uitbundiger. Na elke bocht zien we watervogels onderduiken, grote reigers vliegen op of blijven stokstijf staan. Schildpadden liggen met vele tegelijk te zonnebaden op een stronk hout en parkieten krijsen ons toe. Gekleurde vogels vliegen over, exotische vogels verstoppen zich tussen het gebladerte en roze dolfijnen spelen in het water. Zoë en ik voelen ons wat schuldig dat we weer vooraan zitten. Toch verdwijnt dat schuldgevoel snel als we doorkrijgen dat onze mede reizigers steeds verwikkeld zijn in een druk gesprek, aan het kaarten zijn of video's tonen op elkaars GSM. Ook onze gids merkt dit op, en slechts als Zoë en ik een dier niet hebben gespot meld hij dit. Na enige maanden reizen merk ik ook dat ik beter ben geworden in het spotten van dieren. Toch is er mijn Zoë die mij kan wijzen op de exemplaren die ik gemist heb. Nog mooier word het als we langs de oever doodshoofdaapjes zien springen tussen het struikgewas door. Niet veel later zien we ook nog een familie brulapen luieren in de toppen van de bomen. Maar de parel van de dag is iets wat we eerst aanschouwen als een vlek in de boom. Onze gids wijst maar als we allen onze ogen over de dichte flora laten glijden. Dan zien we hem, een luiaard. Hoog in de top van de boom loom aan het wezen. Met zijn vreemde bruin gespikkelde vacht knap aan het wezen in zijn omgeving. Ongelooflijk dat onze gids dit kon zien vanuit een varende boot. Dan is het tijd voor pirana vissen. Met een simpele vislijn van slechts drie meter bevestigd aan een houten stokje gaan we aan de slag. We hangen vlees aan de haak en smijten uit. Onze haken raken nog maar net het water of er word al flink gebeten. Dan moet je met een stevige snok de pirana proberen binnen te halen. Enkele malen lukt het mij de vis tot boven het wateroppervlakte te trekken maar het is Zoë die als eerste eentje binnenhaalt. Ik werp een trotse blik op haar als ik het grijze visje met venijnige bek vol scherpe tanden bevrijd en terug het water inlaat. Meteen weder op zoek naar een andere haak met vlees ol te verslinden. We vangen gewone pirana's en ook roodbuikpirana's die er nog venijniger uitzien. Omdat we de rivier niet helelaal willel leeg vissen en het bijzonder ecosysteel niet willen verstoren neme' we maar enkele visjes mee om te proeven bij het avondmaal. De zon brand hevig boven de klare hemel als terugvaren richting de lodge. Als we daar aanmeren zien we een kleine anaconda onder de loopplanken. Hij heeft een vis gevangen en is bezig met deze rustig te verorberen. We kunnen van heel dichtbij het gebeuren observeren. De anaconda spreidt zijn bek ver open om de vis te kunnen verzwelgen. Een traag gebeuren dat ik met intresse gade sla. Na een korte rustpauze schuiven we aan tafel. Het eten is heerlijk en we likken onze vingers af na alle borden geleedigd zijn. Omdat het ons laatste avondmaal is op de lodge krijgen we zelfs nog een fles wijn die we onder ons allen delen al klinkent oo de natuur en mijn verjaardag. Als ik dan naar buiten wil voor een sigaret word ik staande gehouden door onze gids. Ik moet terug plaatsnemen aan de tafel. Wat nu weer? Denk ik bij mijzelf. En dan komt de Kokkin binnen gewandelt met een taart op haar hand waar een kaarje op brand. Iedereen begint te zingen voor mij en mijn al rode kaken worden nog roder. Als ik het kaarsje uitblaas fluister ik mijzelf een wens toe en open de 2de fles wijn die ik bij de taart kreeg. Spottend lach ik naar Zoë, alle nu, een taart en geen boottocht. Oei, haar lach verdwijnt wel meteen en ik heb precies een gevoelige snaar geraakt. Echt? Dacht je dat ik dat ging regelen? Ik antwoord eerlijk dat ik hoopte van wel. Ze slaakt een zucht en schudt het hoofd. Ik neem haar hand in de mijne en kijk haar diep in de ogen. Liefje zeg ik, dat maakt niet uit. Ik ben op een prachtige plaats en jij aan mijn zeide maakt deze avond compleet. We zoenen en klinken met ons glas. Als ik ontsnap aan alle heisa en buiten mijn sigaret ga roken zie ik onze gids druk heen en weer lopen. Hij lijkt zich wel te haasten voor iets. I'm right with you; zegt hij. Ik trek een frons en bedenk of ik een activiteit over het hoofd zie. De 2de maal dat hij passeerd knikt hij en zegt hij; we leave in a moment. Ik probeer mij voor de geest te halen wat ik over het hoofd zie als Zoë antwoord; perfect, we are ready! Ik draai mij om en Zoë kijkt mij lachend aan zoals alleen zij dat kan. Ze legt haar hand om mijn schouder, trekt nogmaals van haar sigaret, blaast hard uit en lacht, ik heb een boottocht geregeld, maak je maar klaar! > Vol ongeloof stap ik de boot op. Ik kan niet geloven dat ze dit echt heeft geregeld. En nog minder dat ze het zojuist zo koel heeft gespeeld. Met mijn fles fantastische wijn van Tarija die ik al dagen meezeul zet ik mij neer. Helemaal klaar voor een onvergetelijle avond. Ook onze gids speelt het spel helemaal mee. Hij laat de boot meevoeren met de stroom van het water in plaats van de motor te gebruiken zoals gewoonlijk. Met de riem houdt hij ons in het midden van de rivier als we zachtjes voortdobberen. Meegedragen door de stroming van het water glijden we de duistere pampa's verder in. Het is een prachtige nacht en daar in het begin konden we de bijzondheid van de avond al voelen. Het geluid van het water dat tegen de boot opspat is ontspannend en rustgevend. Samen met de geluiden van de spatel die het water raakt en de insecten die luid zoemen worden we in een romantische trance gebracht dat normaal alleen in sprookjes plaatsvind. Het is een donkere nacht met hoog boven ons een kraakheldere hemel waar duizende sterren in glorie staan te schitteren. Ze verlichten de omgeving op een mysterieuze wijze en we zien slechts de contouren van de bomen aftekenen aan de oevers. In de reflectie van het lichtgolvende water is hun fonkeling te zien als we dieper en dieper de nacht worden glijden. We varen geruisloos verder. De geluiden van de nacht alleen onderbroken als we elkaar liefdevol toefluisteren. Door in stilte en geruisloos te drijven gaan wij en onze boot mee op in de natuur, we worden er een onderdeel van. We horen kaaimannen prachtig roepen naar elkaar, wat klinkt als een natuurlijk gezang. Krekels vormen een onstopbaar gedruis als een orkest als kikkers met honderden tegelijk een sonate voor ons kwaken. Als dat allen nog niet genoeg is voor een avond die we zullen herinneren tot de dag dat we onze laatste adem uitblazen zien we boven aan de schitterende hemel een vallende ster. Vuurvliegjes lichten op als ze rond onze boot vliegen. Voor ons, links, rechts en zelfs tussen ons door lichten ze op. Ze maken alles nog intenser en romantischer. Niet veel later een 2de vallende ster. De nacht die wij hier samen beleven is mooier dan ik verzinnen kan. Deze nacht bevat meer schoonheid en liefde dan de meeste sprookjes. We zijn beiden verzadigd van liefde en fluister Zoë toe dat ik haar dankbaar ben dat zij degene is met wie ik dit moment delen kan. Omdat alles wat zich hier voordoet zo onwaarschijnlijk is zeg ik lachend als nu nog een dolfijn langs onze boot zwemt dat we geen andere keuze hebben als met elkaar te trouwen. God, het Universum, de natuur, in ieder geval een kracht die veel groter en sterker is als ons heeft ons aangezien. Heeft ons gehoord. En niet veel later horen we water opspatten nabij onze boot. We schrikken op en kijken onze gids vragend aan. Que es? Un delfina is het antwoord. Als we terug op de lodge aankomen lijk ik wel te zweven. Zoë en ik leggen ons neer op de houten planken die nog steeds warm zijn van de hete dag. Zij aan zij, onze armen raken elkaar lichtjes staren we recht omhoog naar de prachtige sterrenhemel. We ledigen onze fles wijn als we zachtjes tegen elkaar praten. Soms zijn we ook een tijdlang stil, gewoonweg omdat praten niet nodig is en we elkaars liefde zo kunnen voelen. Daar liggend zien we nog twee sterren vallen. We schuiven iets dichter bij elkaar zodat we elkaars warmte voelen. Deze dag heeft mij meer gebracht dan ik ooit durvde dromen. Heerlijk voldaan, zen en vredevol vallen we verstrengeld in elkaar in slaap. Natuurlijk zijn we de volgende dag niet van elkaar te scheiden. We zijn dichter met elkaar verbonden dan sommige andere in hun hele leven. De liefde is groots als we aan de dag beginnen. En dat is vroeg want met de boot trekken we erop uit om de zonsopgang te gaan bekijken. De eerste vogeld beginnen aan hun morge lief als de horizon al zacht oranje kleurt. Gelijdelijk aan verminderd het gezoem van de insecten en zetten meer vogels het lied in. Hun gezangen vermeenigvuldigen en worden luider. Er vormt zich een zacht kleurenspektakel waar we elke stap van meemaken. De bomen, het struikgewas en het water. Alles maakt deel uit van een uniek plaatje. We zitten in een levend schilderij en voor de eerste keer zijn ook onze medereizigers stil. Na het ontbijt gaan we op zoek naar dolfijnen om samen met te zwemmen. Het lijkt mij enig om echt met wilde rivier dolfijnen te zwemmen, maar tevens ben ik ook een beetje zenuwachtig. Als we dan twee dolfijnen in het water zien spelen op enkele meters van de boot moeten we het water in. Natuurlijk is het aan de jongens om als eerste er in te springen. Haastig, bijna angstig springen we het bruine water in waar van we niets onder het oppervlakte zien. Met ons vieren zwemmen we behoedzaam verder. Als de waterplanten of takken onze voeten raken slaken we een kreet en lijken we het te besterven. Maar het is pas als een van de andere kereld zachtjes, speels in zijn voet word gebeten door een dolfijn dat het echt spannend word. Eens we onze angsten hebben overwonnen zwemmen verder op zoek naar andere dolfijnen. Enkele malen zie ik ze op tien meter voor mij aan de oppervlakte komen. Ik besluit iedereen achter te laten en alleen ze te naderen. Met kalmte en rust over mij zwem ik ze tegemoet. Langs mij op de oever zitten watervogels me vreemd aan te staren. Het is bijzonder om te zwemmen in een rivier die vol zit van vis, pirana's, kaaimannen en ja zelfs anaconda's. Met dat in de gedachte en toch ontspannen zwem ik verder. En dat ontspannen gevoel blijkt te werken want nu zwemmen ze enkele keren nader tot een meter of twee van mij. Hun roze glibberige lijven maken sierlijke en speelse bewegingen vlak voor mij. Toch komen ze niet dichter bij dan dat. Ik zwem dan naar de grotere groep mensen waar ik hoop meer geluk te hebben. Op dat moment als iedereen samen zwemt zoeken de dolfijnen hun rust oo aan de andere kant van de boot. Niet ongezien door Zoë die tot nog toe droog is gebleven. Ze waagt haar kans en spring eenzaam en alleen het water in. En zij is de gelukkige. Vier of vijf dolfijnen zwemmen en spelen rond haar. Ze lijken haar wel te begeleiden als beschermers. Een bijna onbeschrijfelijk gevoel van geluk en schoonheid overvalt haar daar in het water. Glunderend kruipt ze terug in de boot. Dan keren we weder naar de lodge. We rapen onze spullen bij elkaar en schuiven aan tafel voor de laatste maal. Gepakt en gezakt stappen we op de boot voor de laatste boottocht. Zoals de laatste drie dagen hier hebben we elders op onze reis nog niet zo kunnen genieten. Het mooie weer, de relaxte omgeving en de rust. Dat laatste anderhalf uur doen we dan dan ook nog vol uit. Als we de boot afstappen in Santa Rosa tuur ik nog eenmaal over de rivier. Ik kijk door alles heen en probeer dicht bij de natuur te komen. Met dankbaarheid maak ik een onzichtbare buiging voor de pampa's, dankjewel. En we stappen de jeep in richting Rurre. Eens terug in Rurre spreken we af samen te gaan eten, heel onze groep inclusief onze gidsen. Zoë en ik gaan eerst nog snel een dagtour vastleggen voor morgen. Nu ze de smaak van de natuur te pakken heeft zou ze graag ook de echte jungle willen zien. We boeken een tour waar we in de voormiddag eerst een kabelbaan doen in de toppen van de bomen en in de namiddag een gemeenschap bezoeken die in de jungle zijn genesteld. In ons hotel spoelen we al het vuil en zweet van ons af. Fris en proper trekken we dan naar het restaurant. Het eten is prijzig, zeer prijzig. En ben beslist zeker dat het de gidsen zijn die steeds klanten naar hier lokken. Toch smaakt de vis gebakkrn in bananenbladeren heerlijk. We kletsen wat met heel de groep wat een verschrikkelijk kabaal is. Zoe en ik trekken ons iets vroeger terug en dazr ben ik blij om. Hoe langer hoe meer ik rust en kalmte appricieër. Tijdens een van de nachtelijke boottochten hebben de muggen zich tegoed gedaan aan Zoë haar zoet bloed en zacht vel, op haar billen! Ze heeft wel 50 muggenbeten op haar poep wat een ware marteling is voor haar. Voor mij een beetje grappig, maar verstop mijn lach. De volgende zijn we weer vroeg op pad. Weder ontbijten we in ons favoriet koffiehuisje en daarna richting de tour operator. We wandelen naar de Rio Beni en stappe het bootje in richting de kabelbaan. Anders dan de afgelopen dagen hebben we nu terug slecht weer. Het is bewolkt en een lichte regen daalt neer op Rurre. Het bootje is smal en laag. We zitten achter elkaar op een houte plank als de koude wind onze haren woest door elkaar blaast. Ondanks het slechte weer zijn we toch in staat te genieten van al dat moois. De wilde Rio Beni staat hoog en heeft grote bomen in de bochten opgestapelt. De wind loeit en de nevel van het watet voelt fris aan op mijn gezicht. Boven de dikke jungle hangen grote mistwolken en langs de oevers zien we enkele vogels zoeken naar voedsel. Met precisie brengt onze stuurman de boot tot stilstand op een kleine zanderige oever. We verlaten de boot en gaan te voet verder. We passeren een kleine hut waar een eenzame man ons toelacht. Onze gids en de man wisselen wat vriendelijke woorden voor we verdergaan. De gids verteld ons dat deze man hier uit vrije keuze een nomaden bestaan leeft. Hij heeft zijn bananenplantage en ruilt bananen voor het weinige andere dat hij nodig heeft. We betreden dan de jungle. Vele exotische planten en bloemen sieren het pad en vullen de openingen tussen de enorme bomen. We komen bij een kleine verzameling huizen. Hier woont slechts een familie in bijna totale afzondering. We latrn wat spullen achter en zijn terug op pad. Nu word het pad smaller en de begroeing dichter. De bomen worden breder en groter als we prachtige vogelzangen horen. Onze gids toont ons welke planten worden gebruikt voor welke zaken. Sommige voor het maken van touw of materialen, andere hebben een medicinale werking. Heel die tijd speel ik voor tolk. Best fijn, de eerste weken van mij reis begreep ik niets van dat spaans. Nu vertaal ik alles voor Zoë en kan dieper ingaan op de gesprekken. Beetje bij beetje krijg ik op mijn eigen manier het spaans onder de knie. We klimmen verder omhoog door de prachtige jungle. De exotische hardhouten bomen, de gekleurde bloemen en verstrengelde linianen sleuren je mee in deze verwonderlijke wereld. Een bizar ecosysteem waar alles leeft en van elkazr afhankelijk is. Ook Zoë die hier haar eerste intrede maakt in een van de werelds meest biodiverse biotopen heeft het naar haar zin. Boven op de berg krijgen we een korte uitleg omwille veiligheidsvoorschriften. Zoë kampt wat met zenuwen en ik kan niet wachten om te beginnen. 2 jaar geleden deed ik ook een kabelbaan hier in Bolivia. In Coroico, over drie ravijnen. Dat was immens, dat was prachtig en een echte sensatie. Toch ligt deze kabelbaan mij nauwer aan het hart. We zitten in de toppen van de bomen en zien de jungle vanuit een heel ander perspectief. Normaal kijk je boven je uit en stoot je op het dichte bladerdak. Nu kijken we recht naar beneden en zien nauwelijks de grond door de dichte begroeing van de reuzen van bomen. We hangen zo een 40 a 50 meter boven de grond als we van platform naar platform glijden. Zoë die de eerste malen wat angstig keek heeft het nu helemaal door en ze geniet voluit net als mij. Voor we het goed en wel beseffen zit onze zip-line er dan ook op. Met iets meer adrinaline in onze lijven als tervoren wandelen we terug naar de boot. We geven de eenzame man nog een stuk lekker brood voor we de rivier trotseren richting de gemeenschap. De gemeenschap leeft al generaties na elkaar hier, verteld onze gids. Ook hij woont hier albheel zijn leven, net als zijn ouders, grootouders en overgroot ouders. Bij een van de families eten we onze lunch. Kokosnoten worden van de boom gestoten met een lange stok, de top word met de manchete afgehakt, ren rietje erin en voila zo serveren ze ons een heerlijk drankje. We eten rijst, yuca, kip en verschillende groentjes. Allemaal van eigen kweek. Hun simpel houten huisje word bewoont door vele. Er lopen wat ganzen rond, eenden, kippen en honden. Fruitbomen staan in grotr getalen verspreid rond het hutje. Verder op hun grond hebben ze rijstvelden, yuca planten, aardapelen, mais, suikerriet, en nog een hele groententuin. Genoeg om niet te verhongeren. Met de andere inwoonende families ruilen ze datgene dat ze nog nodig hebben of kopen ze met het beetje centen die ze verdienen van het verkoop van hun fruit, wat hun hoofdinkomsten zijn. Met volle buik beginnen we dan aan een stevige wandeling. We bezoeken de uniekere plekjes van de gemeenschap op. Wandelen langs verschillende famillies en restanten van wat ooit een machtige moet geweest zijn. Het is soms schokkend om te zien hoe deze mensen wonen. Als we komen aangewandeld trekken de kinderen zich snel blootvoets terug in de houte hutjes. Moeder des huize is rijst aan het pellen voor het avondmaal en slaat ons gade. Heel de tijd lang verteld onze gids verhalen over het leven in de gemeenschap. Hoe erg het veranderd is in der loop van jaren. Vroeger was de gemeenschap vele groter en leefde men veel dichter bij elkaar. Nu zoekt iedereen zijn eigen stekje op en delen is niet meer van zo zelfsprekend. Hij verteld over de overstroming van 2 jaar geleden die huizen en scholen helemaal onder water zetten. Ze vluchten allen naar hoger gelegen gronden schuilent onder een simpel plastiek doek. Hij verteld nog meer over de helende planten en de gebruiken ervan wat ik allemaal vertaal voor Zoë. We wandelen nog tot het eind van de gemeenschap waar we even uitrusten op het strand. Hier laat hij ons oude potwerken zien die verankerd liggen in de grond. Vermoedelijk van de Inca's zegt hij, al trek ik dat ik twijfel. Zoë en ik worden er van bewust dat deze man helemaal geen plan heeft wat hij ons moet laten zien. Hij krijgt de uitgerekte tijd niet gevuld terwijl er zoveel is wat we kunnen leren. Vroeger dan gepland keren we dan weder naar Rurre. Op de boot verteld hij mij het verhaal van Yossi Ghinsberg. Yossi is een israelische jongeman die reist door zuid-amerika. Zoals vele geroepen door avontuur trekt hij met twee vrienden en een prive gids de woeste jungle van Beni in. Na drie weken en oplopende meningsverschillen splitst de groep zich op. Yossi en zijn vriend Kevin raken met hun twee betrokken in een accident met hun vlot. Yossi belandt zo alleen in de jungle en weet zichzelf meer dan 20 dagen in leven te houden gedreven door wilskracht en fantasie. Hij en Kevin overleven de tocht, maar de andere twee zijn tot op de dag van vandaag nog steeds spoorloos. Yossi schreef een boek over zijn belevenisen en is sindsdien een motiverend spreker. Nog steed zoeken velen Rurre op na het lezen van zijn verhaal. Later op mijn reis lees ik ook dit boek. Het is een prachtig en motiverend verhaal waar je van helemaal in op gaat. Back from Tuichi is de titel maar er zijn nog vele andere herdrukken geweest ook.

Eens terug in Rurre zoeken we onze luchtvaartmaatschappij op. Tot onze verbazing is de vlucht geanuleerd. We blijven vriendelijk en krijgen onze centen terug. De andere jongedame is aan het roepen en het tieren om haar ongenoegen te uiten en ik zie haar hoofd rood opwellen als ze ons met de centen ziet buiten wandelen. Oldat we vermoeden dat spoedig veel andere ook op zoek gaan naar een andere vlucht haasten we ons naar de enige andere maatschappij. Als we binnen zitten en de papieren invullen lopen er nog heel wat mensen een voor een binnen. Oef!
Moe maar tevreden zoeken we in Rurre een plaatsje op voor een verfrissend sapje. Als we aan de tafel plaats vinden en Zoë haar moeder skyped weet ze meteen dat er iets mis met Marreine. Halsoverkop laten we alles vallen en haasten ons naar het hotel.

Haar moeder brengt haar het slechte nieuws. Marijn heeft problemen gehad met haar hart en ligt momenteel aan de beademing. Het gaat niet goed met haar en hoor de trilling en de angst in Zoë haar moeders stem. Zoe snikt luidt voor zich uit. Wrijvend over haar schouder probeer ik haar te troosten wat tevergeefs is. Op dit moment wilt Zoë gewoon haar oma bij staan en is op dit moment meer dan 10000km van haar verwijderd. Ze is hopeloos en spuwt vuur over onze reis. Ze heeft een blindoek om van verdriet waardoor ze nu al die kleine mooie dingen niet kan zien. Het doet natuurlijk pijn om zo iets te horen maar ik verwijt haarelkaar. Ze word verlamt en overmeesterd door angst, verdriet en machteloosheid.

Een droevige avond volgt. Zoë barst met regelmaat in tranen uit. Ik sta haar bij en probeer haar te troosten. Ik zeg haar dat Marijn een vechter is. Ze heeft altijd gestreden en dat zal ze nu ook doen. Ze zal vechten en doorzetten voor jou. Zoë weet dat mijn woorden waarheid spreken maar toch is het moeilijk. Als Zoë in slaap is gevallen sluip ik naar buiten. Eenzaam en alleen steek ik een sigaret op in het duister als ik tuur naar de donkere hemel. Ik wend mij tot het Universum. Alsjeblieft, laat Marijn hier doorkomen. Toon haar de weg naar de kracht die ze bezit om hier door te komen. Laat ze de moed vinden om te strijden zoals ze altijd al deed. Ik wil als ik terugkom van mijn reis met die drie generaties dames iets gaan eten en gaan drinken. Hun in de armen vliegen omdat zij ook deel van Zoë zijn.
Ik doof mijn sigaret en kruip dicht tegen Zoë aan. En heel de nacht lang hou ik haar stevig vast.

In de morgen zijn we beide stil. Het is onmogelijk om je dag niet te laten beïnvloeden door zo een nieuws, toch zijn we van hier machteloos. Geen van ons beiden kan het lot veranderen. Wel kunnen we regelen met de verzekering dat Zoë een dag eerder naar huis kan keren, wat ik volledig begrijp. In Rurre kopen we nog enkele soeveniers die we willen voor als we ooit ons eigen stekje hebben. Het is niet happy shoppen, maar achter zullen we hier wel blij mee zijn.

In de namiddag zetten we ons nog even op een bankje in de zon. We kijken over de Rio Beni. Bootjes komen voorbij gevaren. Sommige met toeristen andere helemaal alleen. Af en toe loopt er een hond voorbij of een spelend kind. Wij zitten daar dicht tegen elkaar. We nemen al een beetje afscheid. We weten dat dit de laatste dag is en dat lijkt veel te snel gegaan. Ineens is het al zo ver. We kijken diep in elkaars ogen en bedanken elkazr voor de fantastische maand. Hand in hand lopen we naar onze vliegmaatschappij waar we in een busje Rurre verlaten.

Als we in La Paz aankomen nemen meteen de Taxi naar hetzelfde hotel als verleden keer. In de namiddag lopen we door de smalle steile straten van Bolivia's drukste stad. We zoeken in de soeveniers winkels tussen de gekleurde doeken, fraaie handtassen en vrolijke kleding naar spullen die we hebben willen. We willen natuurlijk ook wat voor onze vrienden meenemen en lopen verloren in de duizende winkeltjes.

Voor ons laatste avondmaal schuiven we aan tafel bij een iets wat duurder restaurant. Een steak en grill house. Het zijn de lange wachttijden en de povere bediening die mij al te weten enerveren. En als onze veelbte grote vleeschotel word opgedient heb ik eigenlibk al geen honger meer. Door mijn gedachte die afdrijven naar Marijn en het idee dat Zoë morgen weg is en ik terug op eigen benen moet gaan staan verdwijnt mijn eetlust. Al waren die eerste dagen let Zoë best moeilijk en soms zelfs zwaar, nu lijkt het alsof ik niet meer zonder kan. Toch genieten we van ons moment. Gewoon samen aan een tafeltje let een kaarsje tussen ons twee. Haar hand in de mijne onze blikken op elkaar gericht.

Terug op het hotel moeten we al enkele tranen laten. We nemen elkazr stevig in de armen en ik zoen haar in de hals. Ik wrijf een lok van haar haren uit haar ogen om haar mooie snoet te zien. Haar grote ogen, donkere wenkbrauwen, zachte huid. Ik ben zo verliefd op haar. Ik hou van haar en bemin haar met heel mijn hart.

Die laatste nacht kruipen we zo dicht bij elkaar en grijpen elkaar vast voor heel de nacht. Als een van ons wakker wordt verstevigen we onze grip en wordt er gezoent.

Het ontbijt in ons hotel is als een scene uit een horrorfilm. In de kale lege ruimte staat een eenzame veroeste koelkast met de stekker uit de muur. Een kalender van het jaar 2003 preikt op de muur. Ernaast een barst in de muur die het verkleurd wit-blauwe vintage behang in twee scheurt. Al zijn we niet de enige in de zaal er word geen woord gesproken. Alleen de radio op de achtergrond met veel geruis en de gelakte schoenen van de bediende maken een kaal kletsent geluid als hij onze broodjes brengt. De broodjes zijn taai en er is nauwelijks confituur om zelfs maar een helft volledig te smeren. We spelen ons ontbijt snel binnen en ontvluchte de ruimte.

Dan doen we onze laatste inkopen. Maar de tijd dringt en we haasten ons terug naar het hotel. Daar leggen we al onze prullen open op bed. Zorgvuldig sorteer ik wat Zoë allemaal moet mee terug nemen en met wat ik verder ga. Netjes pak ik Zoë haar twee valiezen in. Juist op tijd want als ik alles dichtrits staat de Taxi voor de deur.

De chauffeur rijdt via kleine wegjes binnendoor naar de luchthaven. Sommige zo steil omhoog dat ik twijfel of we boven gaan geraken. We laten de rokende, puffende, vieze, vuile, stinkende stad achter ons. Neen, La Paz zal ik niet missen.

Op de luchthaven wegen we Zoë haar bagage, vervolgens hersorteer ik deze nog eens en laat ze dan veilig samen inwrappen. Als zij en haar bagage zijn ingecheckt zoeken we nog een vlucht voor mij. Niet naar België neen maar terug nazr Santa Cruz.

Dan hebben we voor het eerst van de dat wat tijd. We zetten ons aan een cafetje en dan slaagt de realiteit ons loeihard met de platte hand in ons gezicht. Over minder als 2 uur zijn we terug gescheiden van elkaar. Mijn handen bibberen als ik de hare zoek. We staren elkaar diep in de ogen en bij ons beiden rollen er enkele tranen van onze wangen. Ik krijg mijn bier nauwelijks doorgeslokken en ik kan niet stoppen met in mijn ogen te wrijven. Ik moet adel bij happen om mezelf niet helemaal te verliezen. Zoals op onze eerste afspraak neem ik een gelfbriefje. Ik scheur het in 2 en schrijf er op; ik heb je lief. Ook zij schrijft haar portie woorden op de andere helft. Een aandenken om elkaar niet te vergeten. Dan moeten we naar buiten voor wat frisse lucht.

Mijn sigaret krijg ik nauwelijks dicht gerold door mijn trillende handen. De tranen staan in onze ogen en omhelzen elkaar stevig. We blijven maar herhalen hoeveel we voor elkaar betekenen en rakelen herinneringen op van de afgelopen maand. Het ging zo snel. En we weten dat nu een nieuwe uitdaging op ons wacht. Terug 2 maanden van elkaar gescheiden zijn. Maar geen hindernis is te groot voor ons zo lang we samen zijn. En samen zullen we nog veel grotere bergen moeten oversteken ook. We zullen nog wervelwinden en andere stormen moeten doorstaan. Maar ik weet dat zij er zal zijn als ik terug thuiskom en heb dus geen vrees. En omdat ik dat weet zal ik elke dag hier denken aan ons moment van wederzien. Ik zal hier genieten, leren en ervaren. Maar op elk moment dat mijn gedachtes vrij zijn zal ik terugblikken aan die liefdevolle dagen dat jij hier aan mijn zijde was. We zoenen en omhelzen. Tranen vallen op de ander zijn schouder als het omhelzen bijna pitsen word. Mensen die voorbij ons wandelen kijken ons aan, maar niet vreemd. Eerder geraakt door deze openlijle vertoning van liefde en passie. Zij spreken niet onze taal maar onze vertoning spreekt klare woorden. Dit is liefde en dat ziet iedereen. Het huilen word dan afgewisselt door gelach. We zitten hier als twee kinders te snikken waar net hun speelgoed van is afgepakt. En zo voelt het eigenlijk ook een beetje. En wanneer je met elkaar op die pure momenten diep verbonden bent lijkt het wel alsof ze nooit zullen stoppen.

Ik wandel mee naar haar gate. Het is zo ver. Mijn hart doet pijn. Ons snikken word bijna snokken. We grijpen elkaar nog stevig vast en zoenen lang en intens elkaar op de lippen. Daarna nog enkele malen kort en snel. We knijpen elkaar in de handen, onze hoofden zachtjes tegen elkaar. We kijken elkaar diep in de ogen. Verder dan de meeste en we kijken in elkaars ziel die we helemaal blootgeven. Ik zeg haar dat ik van haar hou, gemeend en oprecht. Ook zij beantwoord dat en dan laten onze handen los. Onze blikken worden verbroken en een krop vormt zich in mijn keel. Ik kijk haar na als ze met stevige pas de gate inloopt. Haar haren golven over haar schouder heen door de krachtige stappen die ze zet. Ik sluit mijn ogen en slik. Tot snel fluister ik tegen mezelf. Als ik mijn ogen weder open staar ik in een lege gate.

Ook deze dag is voor mij een van de mooiste van mijn leven. Omdat wij hier niet aan het praten waren, maar het waren onze harten die in gesprek waren. Ze danste met elkaar. En dwarrelde rond elkaar heen zoals alleen harten dat kunnen. Open, bloot, puur zonder enig schroom waren ze verwikkeld in een diep gesprek. En in stilte, zonder maar één geluid brachten zij de mooiste verzen ooit.

Geschreven door

Al 6 reacties bij dit reisverslag

Prachtig.....zoveel meer dan een reis ............................

diane 2015-09-03 04:39:50

Dag Brecht, de dagen snellen voorbij. geniet van je laatste weken !

Lowie 2015-09-03 10:28:16

Je bent een krak Zo'n avontuur en dat dan nog zo verhalen! Proficiat een weldra welgekomen thuis! Respect! Tot snel! Opa

D' Opa 2015-09-03 11:23:50

Man, wat kun jij schrijven zeg! Nog goede reis verder. hanenhennie.nl

Hennie 2015-09-03 15:35:22

Ik zou het niet beter kunnen beschrijven liegje, wat kan jij toch echt te mooi schrijven. Vooral het laatste, mijn hart danst weer op de moment , het is net als ik weer boor je sta.' Een moeilijk moment afscheid nemen maar ook zo mooi en tranen blijven rollen.

Zoe 2015-09-03 22:20:00

Hey Brecht, Laat maar wat weten wanneer je in Peru bent he! groetjes

Hannelore 2015-09-03 22:45:21
 

Over deze reis
Aantal reisverslagen:
GPS afstand deze dag:
GPS afstand totaal:
Aantal foto's:
Laatste verslag:
Reisduur:
Reisperiode:

Of schrijf je reisverhalen via de app

Met de Pindat App kun je offline reisverhalen schrijven en foto's toevoegen. Zodra je weer internet hebt kun je jouw verslagen uploaden. Ook via de app plaats je gratis onbeperkt foto's.



Klik op 1 van onderstaande knoppen om de app te installeren.